Officieel ambtelijk rapport van een marktcontroleur.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport van een marktcontroleur. 23 oktober 1941 (voorval), 24 oktober 1941 (afhandeling). Opmerking: De transcriptie volgt de originele spelling, afkortingen en doorhalingen.
Spoed No 46^A / 50 / 1 M. 1941 24/10
Rapport
Ik, ondergeteekende Frederik de
Vries verklaar te het navolgende:
Op heden Donderdag 23 October
1941 was ik belast met toezicht
op de Gem. Vischmarkt alwaar een
schip met mosselen werd gelost.
Aldaar op dien Markt bevond
zich ook Jan Lodewijk Aal geb:
19. 2. 1904 en wonende Kattenbur-
gergracht 15 ^III . Deze persoon die
ook mosselen kwam laden, be-
gon een woordenwisseling met de
daar dienstdoende menschen der
Commissie, en voegde o.a. den
Heer Daniël Kool geboren 20. 2. 09
en wonende Lange Keistraat 24 II
(lid der Commissie) toe. "Jullie zijn
er niets te goed voor om de schip-
per van een baal mosselen te beste-
len." De Commissie bij monde
van den Heer Klaas Lammers
(Voorzitter der Commissie) voelden
zich hier ernstig door beledigd.
En verzochten mij dit te wil-
len rapporteeren. Ik heb J.L. Aal
dit rapport aangezegd, daar hij
de goede orde op de markt ernstig
had verstoord.
De Controleur
F. de Vries
Aan den Heer
Inspecteur
W. Boer
[In rood potlood:] 46^A / 50 / 217
[In de kantlijn:] Maandag 27.10.41.
In verband met het boven-
staande verzoek ik u J.L.
Aal voor ~~een week~~ drie weken
van de visch-
markt uit te sluiten. 24-10-41
de Boer Het document betreft een incident op de Amsterdamse vismarkt tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het rapport is een beschuldiging van diefstal die door Jan Lodewijk Aal werd geuit richting de marktcommissie. Aal beweerde dat de commissieleden een schipper hadden bestolen van een baal mosselen. De voorzitter van de commissie pikte deze beschuldiging niet en liet door de controleur een rapport opmaken wegens belediging en ordeverstoring.
Interessant is de afhandeling door Inspecteur Boer onderaan het document. Hij besluit Aal de toegang tot de markt te ontzeggen. De oorspronkelijke strafmaat van "een week" is doorgestreept en verzwaard naar "drie weken", wat duidt op een streng disciplinair beleid om de autoriteit van de marktcommissie in tijden van schaarste te handhaven. Tijdens de bezettingsjaren (1940-1945) was de voedseldistributie in Nederland strikt gereguleerd. Mosselen waren een belangrijk volksvoedsel omdat ze vaak buiten de strengste rantsoenering vielen, maar de handel stond onder scherp toezicht.
Beschuldigingen van corruptie of diefstal door ambtenaren en commissieleden waren in die tijd zeer gevoelig, omdat schaarste vaak leidde tot een zwarte markt. Dit rapport illustreert de gespannen sfeer op de Amsterdamse markten en de bureaucratische manier waarop men trachtte de controle te behouden over de handel en het gedrag van de handelaren. De genoemde locaties, Kattenburgergracht en Lange Keistraat, waren destijds typische Amsterdamse volksbuurten.