Ambtsbrief / Aanmaning (afschrift).
Origineel
Ambtsbrief / Aanmaning (afschrift). 7 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] U. Müller [?]
[Handgeschreven bovenaan, midden:] Verzonden 8/11
85/1/47 H. [getypt linksboven]
7 November 1941. [getypt rechtsboven]
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 1 November jl. terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag van ƒ [leeg] aan mijn dienst verschuldigd is.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst, bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U verleende vergunning in te trekken.
De Directeur,
Gezonden aan:
S. Abram, Joden Houttuinen 42a ƒ 2,10
J. Brand, Houtrijkstraat 75 II " 8,88
Fa. J. Schuitenvoerder & Zn, Waterlooplein 47 " 3,26
L. M. Geerling, Albert Cuypstraat 143 " 3,19
~~S. Scholvis, Waterlooplein 56~~ ~~" 10,17~~
M. Vos, Bonairestraat 103 II " 4,33
~~F. A. van Wijk, De Ruyterkade 18~~ ~~" 1,31~~ Dit document is een standaard aanmaning voor de betaling van marktgeld (het recht om kramen te plaatsen). De toon is strikt: de ontvangers krijgen nog vier dagen om te betalen bij de kassier van de dienst, anders wordt gedreigd met het intrekken van de marktvergunning.
Onderaan staat een lijst met personen naar wie deze brief is verzonden, inclusief hun adres en het verschuldigde bedrag. De doorhalingen bij S. Scholvis en F.A. van Wijk suggereren dat zij in de tussentijd hadden betaald of dat de brief om een andere reden voor hen niet meer relevant was. De handgeschreven notitie "Verzonden 8/11" toont aan dat de daadwerkelijke verzending een dag na de datering op de brief plaatsvond. Het document dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De adressen op de lijst (zoals Joden Houttuinen en Waterlooplein) bevonden zich in de Amsterdamse Jodenbuurt.
In deze periode werden Joodse marktkooplieden steeds meer beperkt in hun werkzaamheden door anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Vanaf september 1941 waren Joden al grotendeels verbannen van de algemene markten en mochten zij alleen nog op specifieke 'Joodse markten' staan. Dit document illustreert de voortzetting van de gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van financiële verplichtingen, zelfs terwijl de doelgroep – met name de Joodse kooplieden op de lijst – onder enorme repressieve druk stond. A. van Wijk F.A. van Wijk J. Brand J. Schuitenvoerder L.M. Geerling M. Geerling M. Vos S. Abram S. Scholvis