Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven aantekening bovenaan:]
Verzonden 9/5 - '42
Aan:
C.v.d.Meij en F.Dam, B 12
H.Bras, B 13.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/25/9 M.
Amsterdam, 9 Mei 1942.
Jan van Galenstraat 14.
Aan
Centrale Markt No.
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zoals van rolluiken, ruiten, sloten, enz. voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur,
[Handtekening] * Vorm en Stijl: Het document is een formeel, getypt schrijven op officieel briefpapier van de gemeente Amsterdam (Directie van het Marktwezen). De toon is zakelijk en ambtelijk ("ik heb de eer U... te doen toekomen", "U gelieve zich... te verstaan").
* Inhoud: De brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor opslagruimte (pakhuisafdeling) op de Centrale Markt. De directeur wijst de huurders expliciet op hun onderhoudsplicht (volgens het toenmalige Burgerlijk Wetboek) en op de beperkingen wat betreft reclame-uitingen op het pand.
* Signalen van de tijd: De spelling is kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "pakhuisafdeeling", "reparatiën", "zoo ver noodig"). Het gebruik van blauwe/paarse inkt voor de doorslag of het typelint was indertijd gebruikelijk. * Historische periode: De brief dateert van 9 mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief strikt administratief is, illustreert het de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie en de voedseldistributieketen in bezet Amsterdam.
* Locatie: De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was de centrale plek voor de groothandel in levensmiddelen in Amsterdam. De genoemde units "B 12" en "B 13" verwijzen naar specifieke secties in de markthallen.
* Juridisch: De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek toont aan dat de reguliere Nederlandse wetgeving omtrent huur en onderhoud nog steeds de basis vormde voor deze contracten. De huurders (waarschijnlijk handelaren) waren zelf verantwoordelijk voor het klein onderhoud zoals ruiten en sloten. F. Dam H. Bras Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Vorm en Stijl: Het document is een formeel, getypt schrijven op officieel briefpapier van de gemeente Amsterdam (Directie van het Marktwezen). De toon is zakelijk en ambtelijk ("ik heb de eer U... te doen toekomen", "U gelieve zich... te verstaan").
- Inhoud: De brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor opslagruimte (pakhuisafdeling) op de Centrale Markt. De directeur wijst de huurders expliciet op hun onderhoudsplicht (volgens het toenmalige Burgerlijk Wetboek) en op de beperkingen wat betreft reclame-uitingen op het pand.
- Signalen van de tijd: De spelling is kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "pakhuisafdeeling", "reparatiën", "zoo ver noodig"). Het gebruik van blauwe/paarse inkt voor de doorslag of het typelint was indertijd gebruikelijk.
Historische Context
- Historische periode: De brief dateert van 9 mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief strikt administratief is, illustreert het de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie en de voedseldistributieketen in bezet Amsterdam.
- Locatie: De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was de centrale plek voor de groothandel in levensmiddelen in Amsterdam. De genoemde units "B 12" en "B 13" verwijzen naar specifieke secties in de markthallen.
- Juridisch: De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek toont aan dat de reguliere Nederlandse wetgeving omtrent huur en onderhoud nog steeds de basis vormde voor deze contracten. De huurders (waarschijnlijk handelaren) waren zelf verantwoordelijk voor het klein onderhoud zoals ruiten en sloten.