Officieel afschrift van vergunningsvoorwaarden (uittreksel).
Origineel
Officieel afschrift van vergunningsvoorwaarden (uittreksel). 22 april 1942. f. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
g. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende, c.q. voorafgaande week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 1e afdeeling der 4e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn, wanneer niet tevens wordt vertoond een kwitantie, waaruit blijkt, dat het standplaatsgeld over de loopende week is betaald.
CAR. Amsterdam, 22 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
Leges f 1.-.
Voor eensluidend afschrift,
de Gemeentesecretaris, de Gemeentesecretaris,
[Handtekening: J. F. Franken] (get.) J. F. FRANKEN Dit document bevat een tweetal bepalingen (f en g) die deel uitmaakten van een vergunning voor een standplaats in Amsterdam (waarschijnlijk voor een markt of straathandel). De nadruk ligt op de strikte controle door de politie en de Dienst van het Marktwezen.
* Bepaling f: Geeft de politie de absolute macht om een standplaats direct te laten ontruimen in het belang van de openbare orde of het verkeer.
* Bepaling g: Stelt dat de vergunning op elk moment getoond moet kunnen worden, samen met een betalingsbewijs van het standplaatsgeld. Zonder dit bewijs is de vergunning ongeldig.
Het document is een "eensluidend afschrift", wat betekent dat het een officiële kopie is van het originele besluit, gewaarmerkt door de gemeentesecretaris. Het document dateert uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde burgemeester, Edward John Voûte, was door de bezetter aangesteld en was lid van de NSB. In deze periode werden marktreglementen en vergunningen vaak aangescherpt om meer controle over de bevolking uit te oefenen. Specifiek in 1941 en 1942 werden dergelijke regels ook gebruikt om Joodse marktkooplieden te weren of te segregeren (zoals de verplaatsing naar specifieke "Joodse markten"). Hoewel dit fragment algemene voorwaarden bevat, past de dwingende toon en de nadruk op politietoezicht in het tijdsbeeld van een stad onder repressief bestuur. E.J. Vo F. Franken J.F. Franken Marktwezen NSB Politie