Getypte rapportage (pagina 21).
Origineel
Getypte rapportage (pagina 21). - 21 -
Het valt op, dat er op 5 Januari géén verschil in het percentage gave vruchten viel te constateeren tusschen behandelde en contrôle-appels. Reëele verschillen in het optreden van rot zijn op 5 Januari evenmin aanwezig. Kregen wij bij de dieproode vruchten den indruk, dat de behandelde exemplaren een hooger percentage vruchten met lenticelvlekken vertoonden, zoo is dit verschijnsel bij de roode vruchten het sterkst bij de onbehandelde en neemt af al naarmate de groeistofconcentratie hooger genomen is. Aangezien hier nog toevallige omstandigheden in het spel kunnen zijn, trekken wij hieruit thans geen conclusie, doch stellen ons voor hieraan in het volgend seizoen nader aandacht te besteden.
Op 17 Maart is het percentage gave vruchten bij alle 3 partijen vrijwel even hoog, en nog zéér goed te noemen. De cijfers voor het optreden van rot geven evenmin den indruk, dat de groeistofbehandeling hierop van invloed is geweest. Lenticelvlekken blijken dan bij geen der partijen meer te zijn opgetreden. Men krijgt daaruit den indruk, alsof de vruchten, welke neiging hebben tot het vormen van lenticelvlekken, dit in het begin van de bewaring doen. Dit gaat echter, zooals wij straks zullen zien, niet op.
Op 17 Maart was het opvallend, dat zoowel van de vroeg geplukte als van de laat geplukte roode vruchten eveneens op het oog en in smaak géén verschil te constateeren viel tusschen die, welke als contrôle dienden en die, welke met groeistof tot een concentratie van 50 mgr/L werden behandeld.
Een overzicht van de bewaarbaarheid van de vruchten, welke bij aankomst gedeeltelijk rood, gedeeltelijk geel van kleur waren, volgt uit de volgende tabel; daarbij zal het opvallen, dat de houdbaarheid tusschen de partijen van verschillende afkomst, b.v. de onderhavige partij en die, welke wij hiervóór hebben besproken, zoozeer uiteenloopt. Dit moet worden toegeschreven aan verschil in groeiomstandigheden, in Wageningen, Sandenburg en in Kesteren. * Onderwerp: De tekst doet verslag van een wetenschappelijk experiment naar de houdbaarheid van appels (bewaarproeven). Er wordt specifiek gekeken naar de invloed van "groeistof" (plantenhormonen) op kwaliteitskenmerken zoals rot en lenticelvlekken (kleine vlekjes op de schil).
* Methodiek: Er wordt gewerkt met controlegroepen en behandelde groepen (concentratie van 50 mgr/L). Er zijn verschillende meetmomenten (5 januari en 17 maart) en verschillende pluktijden (vroeg en laat geplukt).
* Resultaten: Op de genoemde data zijn er weinig significante verschillen gevonden tussen de behandelde appels en de controlegroep wat betreft rot of smaak. De onderzoekers zijn voorzichtig met het trekken van conclusies over de lenticelvlekken en wijzen op de invloed van de herkomst (groeiomstandigheden per locatie).
* Terminologie: "Gave vruchten" verwijst naar onbeschadigde, gezonde appels. "Lenticelvlekken" is een specifieke term voor fysiologische schilaandoeningen bij fruit. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode 1940-1960, gezien het taalgebruik en de typografie. Het is onderdeel van landbouwkundig onderzoek naar de opslag van fruit (post-harvest fysiologie). Wageningen was (en is) het centrum voor dergelijk onderzoek in Nederland. De vermelding van "groeistoffen" duidt op de opkomst van chemische middelen in de landbouw om de rijping en houdbaarheid van oogsten te beïnvloeden. De vergelijking tussen locaties als Sandenburg (bij Langbroek), Kesteren (Betuwe) en Wageningen suggereert een breed opgezet onderzoek naar de invloed van bodemgesteldheid en microklimaat op de bewaarbaarheid van fruit.