Getypte pagina uit een wetenschappelijk of landbouwkundig rapport.
Origineel
Getypte pagina uit een wetenschappelijk of landbouwkundig rapport. - 23 -
schillen aanwezig zijn. Het percentage gave vruchten is bij de in
't geheel niet behandelde vruchten 100, doch die welke met een con-
centratie groeistof van 50 en 150 mgr/L werden behandeld komen resp.
op 96.0 en 96.2% gave vruchten!! Het is niettemin zeer goed voor te
stellen, dat door de extra behandeling ná den oogst en vóór het koe-
len, de vruchten hebben geleden! Een zuivere vergelijking, indien
het gaat over groeistof-invloed, heeft men pas als men vergelijkt
met de met 0.2% alcohol behandelde contrôles. Het gaat er hier im-
mers niet om, na te gaan of een groeistofbehandeling ná den pluk
van eventueele beteeekenis is voor het koelen, dan wel, om in een
extreme vorm na te gaan, of aan den boom behandelde vruchten nog
goed bewaarbaar zijn. Normaliter krijgen de vruchten aan den boom
de groeistofbehandeling en gaan zij dus na den pluk niet nogmaals
extra door haden, gelijk in deze proef het geval moest zijn.
In het percentage rot is geen reëel verschil tusschen contrôle
0.2% alcohol en groeistofbehandeling te constateeren, evenmin als
in het % lenticelvlekken. Wèl vertoonen de vruchten van object 200
mgr/L een percentage van 4.7% lenticelvlekken, doch die met 150 en
100 mgr/L behandeld, vertoonen dit niet.
Op 17 Maart blijkt er weer géén reëel verschil tusschen het
percentage gave vruchten bij de contrôles (0.2% alcohol) en bij de
behandelden te bestaan. Men zou, wat rot betreft, den indruk kunnen
hebben, dat dit bij de met groeistof behandelde exemplaren eerder
minder dan erger is dan bij de Contrôle 0.2% alcohol.
Voor lenticelvlekken loopen de cijfers zoozeer uiteen, dat geen
reëel verschil is te constateeren.
Op 17 Maart was te constateeren, dat de vruchten met een groei-
stof-concentratie van 10 mgr/L niet rijper aandeden dan die van de
contrôles; die welke met 50 en 100 mgr/L waren behandeld, waren iet
of wat rijper; die, welke met 150 mgr/L waren behandeld, waren zeer
kennelijk rijper dan de contrôles, evenals die, welke met 200 mgr/L
waren gespoten. De vruchten van de 2 laatstgenoemde partijen waren
eveneens nog in uitstekende staat, en waren aromatischer dan de con-
trôle-exemplaren en die, welke met lager concentraties groeistof be-
handeld werden.
Men moet hierbij niet uit het oog verliezen, dat het hier een De tekst beschrijft de resultaten van een experiment waarbij vruchten na de oogst zijn behandeld met verschillende concentraties groeistof (variërend van 10 tot 200 mg/l) in een alcoholoplossing (0,2%). De belangrijkste bevindingen zijn:
- Behandelingsschade: Vruchten die na de pluk extra zijn behandeld (gedoopt/gebaad), vertonen iets meer schade (ca. 4% minder 'gave vruchten') dan onbehandelde vruchten, wat de auteur wijst aan de fysieke handeling vóór het koelen.
- Rot en Lenticelvlekken: Er is geen significant verschil in rot tussen de behandelde groepen en de controle. Alleen bij de hoogste concentratie (200 mg/l) werd een licht verhoogd percentage lenticelvlekken waargenomen.
- Rijping en Aroma: Op de peildatum van 17 maart bleek dat hogere concentraties groeistof (150-200 mg/l) leidden tot vruchten die merkbaar rijper en aromatischer waren dan de controle, terwijl ze kwalitatief toch in uitstekende staat bleven.
- Methodologie: De auteur benadrukt dat de proefopzet (behandeling ná de pluk) extreem is, omdat groeistof normaal gesproken aan de boom wordt toegediend. Dit document stamt waarschijnlijk uit het midden van de 20e eeuw (gezien het taalgebruik zoals "den pluk" en de typemachine-letter). Het maakt deel uit van agrarisch onderzoek naar de invloed van plantenhormonen (zoals auxinen, vaak aangeduid als 'groeistoffen') op de houdbaarheid en rijping van fruit in koelcellen. In deze periode werd veel geëxperimenteerd met chemische middelen om de oogstperiode te verlengen en de kwaliteit van fruit tijdens lange bewaring te verbeteren. De termen "gave vruchten" en "lenticelvlekken" zijn specifiek voor de fruitteelt (pomologie).