Technisch diagram / Grafiek.
Origineel
Technisch diagram / Grafiek. Bovenzijde (links):
GRADEN CELSIUS.
Bovenzijde (rechts):
FIG. III.
Y-as (links):
Schaalverdeling van 0 tot 17 (met markeringen voor 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 17).
X-as (onderzijde):
31/10 OCT.
1/11 NOVEMBER. (datums: 5 10 15 20 25 30)
1/12 DECEMBER. (datums: 5 10 15 20 25 30)
1/1 JANUARI. (datums: 4 9 14 19 24 29)
1/2 FEBRUARI. (datums: 3 8 13 18 23 28)
1/3 MAART. (datums: 5 10 15 20 25 30)
1/4 APRIL. (datums: 4 9 14 19 24)
Legenda (kader rechtsonder):
TEMPERATUUR - VERLOOP IN CONTROLE
KUIL GELEGEN OP DE TERREINEN VAN
DEN NED. ALG. KEURINGS DIENST 1941/1942_
E V : MIDDEN ONDER IN DENKUIL.
E IV : IN DE NOK VAN DENKUIL.
F : IN DE W- KOP.
Aanduidingen bij de grafieklijnen (rechts):
F
E IV
E V Dit handgetekende diagram toont de temperatuurregistraties op drie verschillende meetpunten in een bewaarplaats (een "denkuil"). De drie lijnen geven het volgende weer:
- E V (doorgetrokken lijn): Midden onder in de denkuil. Deze lijn vertoont de meest stabiele temperatuur, variërend tussen ongeveer 3°C en 10°C gedurende het grootste deel van de winter.
- E IV (gestreepte lijn): In de nok van de denkuil. Deze volgt in grote lijnen de trend van E V, maar reageert sterker op de opwarming in april.
- F (stippellijn): In de "W- kop" (vermoedelijk de westelijke kopse kant van de kuil). Deze lijn vertoont de grootste schommelingen en de laagste temperaturen; begin februari zakt de temperatuur hier bijna tot het vriespunt (0°C). In april stijgt deze temperatuur het snelst en hoogst (richting 16°C).
De grafiek toont duidelijk de isolerende werking van de kuil, waarbij de kerntemperatuur (E V) minder onderhevig is aan uitersten dan de buitenste delen van de kuil. De grafiek is afkomstig van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK). In de jaren 40 werd er veel onderzoek gedaan naar de optimale bewaring van landbouwproducten zoals pootaardappelen of bloembollen. Een "denkuil" (ook wel 'kuil' of 'mijt' genoemd) was een methode om deze producten buiten te bewaren, afgedekt met stro en aarde om ze te beschermen tegen vorst.
De periode 1941-1942 staat historisch bekend om een extreem strenge winter in Nederland (een zogenaamde "horrorwinter"). Dit verklaart waarom de temperatuur in de kuil, ondanks de isolatie, in februari 1942 gevaarlijk dicht bij het vriespunt kwam. Dergelijke metingen waren cruciaal voor de kwaliteitscontrole: als het product bevriest of te warm wordt (waardoor het gaat spruiten of rotten), wordt het onbruikbaar voor de handel of als pootgoed. De NAK hield toezicht op de kwaliteit van deze agrarische producten.
Samenvatting
Dit handgetekende diagram toont de temperatuurregistraties op drie verschillende meetpunten in een bewaarplaats (een "denkuil"). De drie lijnen geven het volgende weer:
- E V (doorgetrokken lijn): Midden onder in de denkuil. Deze lijn vertoont de meest stabiele temperatuur, variërend tussen ongeveer 3°C en 10°C gedurende het grootste deel van de winter.
- E IV (gestreepte lijn): In de nok van de denkuil. Deze volgt in grote lijnen de trend van E V, maar reageert sterker op de opwarming in april.
- F (stippellijn): In de "W- kop" (vermoedelijk de westelijke kopse kant van de kuil). Deze lijn vertoont de grootste schommelingen en de laagste temperaturen; begin februari zakt de temperatuur hier bijna tot het vriespunt (0°C). In april stijgt deze temperatuur het snelst en hoogst (richting 16°C).
De grafiek toont duidelijk de isolerende werking van de kuil, waarbij de kerntemperatuur (E V) minder onderhevig is aan uitersten dan de buitenste delen van de kuil.
Historische Context
De grafiek is afkomstig van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK). In de jaren 40 werd er veel onderzoek gedaan naar de optimale bewaring van landbouwproducten zoals pootaardappelen of bloembollen. Een "denkuil" (ook wel 'kuil' of 'mijt' genoemd) was een methode om deze producten buiten te bewaren, afgedekt met stro en aarde om ze te beschermen tegen vorst.
De periode 1941-1942 staat historisch bekend om een extreem strenge winter in Nederland (een zogenaamde "horrorwinter"). Dit verklaart waarom de temperatuur in de kuil, ondanks de isolatie, in februari 1942 gevaarlijk dicht bij het vriespunt kwam. Dergelijke metingen waren cruciaal voor de kwaliteitscontrole: als het product bevriest of te warm wordt (waardoor het gaat spruiten of rotten), wordt het onbruikbaar voor de handel of als pootgoed. De NAK hield toezicht op de kwaliteit van deze agrarische producten.