Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag) op grijsachtig papier.
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag) op grijsachtig papier. 2 november 1942. De Directeur (instelling niet expliciet vermeld, maar gerelateerd aan de Centrale Markt Amsterdam). Varn. 2/11
48/37/1 M.
J/HB.
2 November 1942.
den Distributie-Dienst,
Afd. Zware arbeid,
Singel,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.
Hiermede bericht ik U, dat de extra rahtsoenen
aan de werklieden in het koelhuis op de Centrale Markt
na de beëindiging van het vorig stookseizoen niet meer
werden verstrekt.
Waar met ingang van 26 October 1942 den stookdienst
welke door genoemde werklieden wordt verzorgd, opnieuw
is aangevangen, verzoek ik U beleefd hen weder in het
genot van de extra rantsoenen te stellen.
De Directeur, * **Taal en Spelling:** De brief is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands ("Hiermede", "in het genot van... te stellen"). Opvallend is de typefout "rahtsoenen" in de eerste alinea, terwijl het in de tweede alinea correct als "rantsoenen" is gespeld.
- Onderwerp: De brief betreft een aanvraag voor extra rantsoenen voor arbeiders. In het distributiesysteem van de bezettingstijd kregen mensen die fysiek zwaar werk verrichtten (de categorie 'Zware arbeid' of 'Zeer zware arbeid') extra bonnen voor voedsel of andere schaarse goederen.
- Functionele context: De arbeiders in kwestie werken in het koelhuis van de Centrale Markt in Amsterdam. Hun werkzaamheden als stokers zijn seizoensgebonden. Nu het stookseizoen op 26 oktober weer is begonnen, meent de directeur dat zij opnieuw recht hebben op de extra vergoedingen die bij hun zware taken horen. Deze brief is een direct overblijfsel van de bureaucratie rondom de schaarste-economie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1939-1940 werd bijna alles (voedsel, textiel, brandstof) op de bon gezet. De "Distributiedienst" was de instantie die bepaalde wie hoeveel bonnen kreeg.
De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was het kloppende hart van de voedseldistributie voor de stad. Koelhuizen waren essentieel om voorraden goed te houden. Het werk van een stoker in dergelijke installaties was fysiek uitputtend en vond plaats in uitdagende omstandigheden (hitte bij de ketels versus de kou van het koelhuis). De datum van de brief, november 1942, valt in een periode waarin de tekorten in Nederland nijpender begonnen te worden, maar de beruchte Hongerwinter nog enkele jaren in de toekomst lag. Het verzoek om extra rantsoenen was voor de arbeiders van vitaal belang om hun zware werk te kunnen blijven uitvoeren.