Archiefdocument
Origineel
28 september 1942 De Directeur (vermoedelijk van de afdeling Marktwezen van de Gemeente Amsterdam) Den Heer Directeur van het Bureau voor Sociale Zaken, Amsterdam [Linksboven:] 52/47/6 M.
[Handgeschreven in paarse inkt:] Verzonden 28/9
[Rechtsboven:] HB.
[Geadresseerde:]
den Heer Directeur van het Bureau
voor Sociale Zaken,
Reguliersdwarsstraat 65 - 71,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.
[Midden:] 1.
[Datum:] 28 September 1942.
[Onderwerp:]
Mutaties uitgegeven
plaatsen op de dag-en
weekmarkten.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 27 Augustus j.l.No.52/47/5M, doe ik U in bijlage dezes een lijst toekomen, houdende de mutaties in de uitgegeven vaste plaatsen op de dag- en weekmarkten. Een afschrift van deze lijst is reeds onderhands gezonden aan de afdeeling O.W., Marnixstraat.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke brief van een niet nader genoemde directeur (zeer waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen) aan de directeur van het Bureau voor Sociale Zaken in Amsterdam. De kern van de brief is het overleggen van een lijst met "mutaties" (wijzigingen) betreffende de vaste staanplaatsen op de Amsterdamse markten.
Er wordt verwezen naar een eerdere brief van 27 augustus 1942, wat duidt op een periodieke administratieve rapportage. Tevens wordt vermeld dat de afdeling Openbare Werken (O.W.), destijds gevestigd aan de Marnixstraat, reeds een afschrift heeft ontvangen. Het document illustreert de nauwe administratieve samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten tijdens de bezettingsjaren. De datum van dit document, 28 september 1942, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland was op dat moment ruim twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De "mutaties" op de markten in deze specifieke periode hadden vaak een sinistere achtergrond.
Sinds 1941 werden Joodse marktkooplieden stapsgewijs geweerd van de reguliere markten en mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Tegen september 1942 was de deportatie van de Joodse bevolking vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar het oosten in volle gang. Hierdoor kwamen vele marktplaatsen "vrij" of moesten administratief worden verwerkt als vervallen. Het Bureau voor Sociale Zaken was hierbij betrokken omdat de uitsluiting en deportatie van grote groepen burgers directe gevolgen had voor de sociale en economische huishouding van de stad. De administratieve zakelijkheid van de brief contrasteert scherp met de menselijke tragedies die achter deze "mutaties" schuilgingen.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke brief van een niet nader genoemde directeur (zeer waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen) aan de directeur van het Bureau voor Sociale Zaken in Amsterdam. De kern van de brief is het overleggen van een lijst met "mutaties" (wijzigingen) betreffende de vaste staanplaatsen op de Amsterdamse markten.
Er wordt verwezen naar een eerdere brief van 27 augustus 1942, wat duidt op een periodieke administratieve rapportage. Tevens wordt vermeld dat de afdeling Openbare Werken (O.W.), destijds gevestigd aan de Marnixstraat, reeds een afschrift heeft ontvangen. Het document illustreert de nauwe administratieve samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten tijdens de bezettingsjaren.
Historische Context
De datum van dit document, 28 september 1942, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland was op dat moment ruim twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De "mutaties" op de markten in deze specifieke periode hadden vaak een sinistere achtergrond.
Sinds 1941 werden Joodse marktkooplieden stapsgewijs geweerd van de reguliere markten en mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Tegen september 1942 was de deportatie van de Joodse bevolking vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar het oosten in volle gang. Hierdoor kwamen vele marktplaatsen "vrij" of moesten administratief worden verwerkt als vervallen. Het Bureau voor Sociale Zaken was hierbij betrokken omdat de uitsluiting en deportatie van grote groepen burgers directe gevolgen had voor de sociale en economische huishouding van de stad. De administratieve zakelijkheid van de brief contrasteert scherp met de menselijke tragedies die achter deze "mutaties" schuilgingen.