Handgeschreven brief (slot van een verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (slot van een verzoekschrift). Vermeldt gebeurtenissen van 23 oktober 1939 tot 13 juni 1941; de brief is kort na deze laatste datum geschreven. ... op de markthallen mag
komen breidt zulks zeker uit.
Ondergeteekende is van
beroep schilder, doch door
dat hij in dienst (militaire)
moest 23 October 1939 en
uit dienst ontslagen 13 Juni
1941, en is sinds dien, ook
doordat er geen materiaal is,
aan het sukkelen met zijn
werkzaamheden.
Goede getuigen van
vlijt en eerlijkheid staan
hem ten dienste.
Hopende dat UEd
wel zoo goed zult willen
zijn en aan zijn verzoek
gehoor te geven.
Verblijft
ondergeteekende
Hoogachtend
Uw dienstwillige
Johan Jacob Prins.
Orteliuskade 66 II
A’dam W. In dit fragment van een verzoekschrift motiveert de afzender, Johan Jacob Prins, waarom hij een bepaalde vergunning of toelating nodig heeft (waarschijnlijk om op de Centrale Markthallen te mogen werken). Hij voert aan dat zijn beroep als schilder door de oorlogsomstandigheden vrijwel onmogelijk is geworden.
Hij noemt twee hoofdoorzaken voor zijn benarde situatie:
1. Zijn mobilisatie en militaire dienst die duurde van oktober 1939 tot juni 1941.
2. Het grote gebrek aan materialen (verf, etc.) sinds zijn ontslag uit de dienst.
De brief is geschreven in de formele stijl die destijds gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties, inclusief de nederige afsluiting "Uw dienstwillige". De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde datum van 23 oktober 1939 verwijst naar de Nederlandse mobilisatie vlak voor het uitbreken van de oorlog. De datum van ontslag, 13 juni 1941, valt in de periode dat het Nederlandse leger al lang gecapituleerd was en de bezetter de voormalige militairen definitief uit de dienst ontsloeg (of in sommige gevallen later weer in krijgsgevangenschap riep).
De schaarste aan materialen waar de schrijver over klaagt, was een direct gevolg van de Duitse economische politiek waarbij grondstoffen werden gevorderd voor de eigen oorlogsindustrie. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren in die tijd het kloppende hart van de voedseldistributie; een aanstelling of vergunning om daar te mogen werken was cruciaal om in tijden van werkloosheid en schaarste in het levensonderhoud te kunnen voorzien.
Samenvatting
In dit fragment van een verzoekschrift motiveert de afzender, Johan Jacob Prins, waarom hij een bepaalde vergunning of toelating nodig heeft (waarschijnlijk om op de Centrale Markthallen te mogen werken). Hij voert aan dat zijn beroep als schilder door de oorlogsomstandigheden vrijwel onmogelijk is geworden.
Hij noemt twee hoofdoorzaken voor zijn benarde situatie:
1. Zijn mobilisatie en militaire dienst die duurde van oktober 1939 tot juni 1941.
2. Het grote gebrek aan materialen (verf, etc.) sinds zijn ontslag uit de dienst.
De brief is geschreven in de formele stijl die destijds gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties, inclusief de nederige afsluiting "Uw dienstwillige".
Historische Context
De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde datum van 23 oktober 1939 verwijst naar de Nederlandse mobilisatie vlak voor het uitbreken van de oorlog. De datum van ontslag, 13 juni 1941, valt in de periode dat het Nederlandse leger al lang gecapituleerd was en de bezetter de voormalige militairen definitief uit de dienst ontsloeg (of in sommige gevallen later weer in krijgsgevangenschap riep).
De schaarste aan materialen waar de schrijver over klaagt, was een direct gevolg van de Duitse economische politiek waarbij grondstoffen werden gevorderd voor de eigen oorlogsindustrie. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren in die tijd het kloppende hart van de voedseldistributie; een aanstelling of vergunning om daar te mogen werken was cruciaal om in tijden van werkloosheid en schaarste in het levensonderhoud te kunnen voorzien.