Handgeschreven verzoekbrief.
Origineel
Handgeschreven verzoekbrief. 18 februari 1942. G. H. Enthoven, Egelantiersgracht 126-III, Amsterdam. 18-2-'42
Mijnheer [schuin hierboven geschreven: W.H. Broers]
Daar ik al een paar maanden voor
het hek sta op een vrachtje te wachten
en geen kans zie om wat te verdienen
Verzoek ik u dringend doch beleefd
om een kruierskaart. Hopende
van U een gunstig antwoord te
ontvangen verblijf ik
Hoogachtend
G. H. Enthoven
Egelantiersgracht 126 III
A'dam (c)
[Stempel onderaan:]
Nº 53/19/1 M. 1942 19/2 De schrijver, G.H. Enthoven, verkeert in een economisch benarde positie. Hij beschrijft hoe hij al maandenlang tevergeefs bij "het hek" (vermoedelijk de ingang van een haventerrein of goederenstation) wacht op los werk als vrachtsjouwer. Omdat hij op deze informele manier geen inkomsten kan genereren, verzoekt hij om een officiële "kruierskaart". Met zo'n kaart zou hij legaal als erkend kruier werkzaamheden mogen verrichten, wat hem waarschijnlijk een betere positie gaf om aan opdrachten te komen. De toon is nederig en beleefd, wat passend was voor een officieel verzoekschrift aan een autoriteit in die tijd. De brief is geschreven midden in de Tweede Wereldoorlog (februari 1942). Tijdens de bezetting was de economische situatie in Amsterdam nijpend; er was veel werkloosheid en schaarste. De Egelantiersgracht, waar de afzender woonde, lag in de Jordaan, wat destijds een arme arbeidersbuurt was.
Het systeem van kruierskaarten was een manier voor de gemeente om toezicht te houden op wie er op publieke terreinen bagage en vracht mocht vervoeren. Zonder zo'n kaart werd men vaak weggestuurd door de politie of havenmeesters. De stempel onderaan de brief met de datum 19/2 toont aan dat de brief de dag na verzending direct in behandeling is genomen door de betreffende instantie. De naam "W.H. Broers" bovenin is vermoedelijk de behandelend ambtenaar. G.H. Enthoven H. Enthoven W.H. Broers Politie
Samenvatting
De schrijver, G.H. Enthoven, verkeert in een economisch benarde positie. Hij beschrijft hoe hij al maandenlang tevergeefs bij "het hek" (vermoedelijk de ingang van een haventerrein of goederenstation) wacht op los werk als vrachtsjouwer. Omdat hij op deze informele manier geen inkomsten kan genereren, verzoekt hij om een officiële "kruierskaart". Met zo'n kaart zou hij legaal als erkend kruier werkzaamheden mogen verrichten, wat hem waarschijnlijk een betere positie gaf om aan opdrachten te komen. De toon is nederig en beleefd, wat passend was voor een officieel verzoekschrift aan een autoriteit in die tijd.
Historische Context
De brief is geschreven midden in de Tweede Wereldoorlog (februari 1942). Tijdens de bezetting was de economische situatie in Amsterdam nijpend; er was veel werkloosheid en schaarste. De Egelantiersgracht, waar de afzender woonde, lag in de Jordaan, wat destijds een arme arbeidersbuurt was.
Het systeem van kruierskaarten was een manier voor de gemeente om toezicht te houden op wie er op publieke terreinen bagage en vracht mocht vervoeren. Zonder zo'n kaart werd men vaak weggestuurd door de politie of havenmeesters. De stempel onderaan de brief met de datum 19/2 toont aan dat de brief de dag na verzending direct in behandeling is genomen door de betreffende instantie. De naam "W.H. Broers" bovenin is vermoedelijk de behandelend ambtenaar.