Handgeschreven verzoekbrief voor een marktkaart
Origineel
Handgeschreven verzoekbrief voor een marktkaart 4 maart 1942 (gebaseerd op de stempel) H. J. Hofstee [Stempel linksboven:]
№ 53/24/1 M. 1942 4/3
[Rechtsboven:]
Amsterdam
[In ander handschrift:]
M.i. Mr. Brouwer
Mijnheer
Ondergetekende vraagt bij deze
als hij in aanmerking kan komen
voor een marktkaart,
daar ik alle dagen voor de heer
G. W. Nijman. Sidorejostr oost
aardappelen van de markt kan
halen.
H. J. Hofstee
Atjehstr 120 I
oost Dit document is een formeel verzoekschrift van H. J. Hofstee aan een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk de marktmeester of het distributiekantoor). De schrijver verzoekt om een "marktkaart". Uit de tekst blijkt dat hij deze kaart nodig heeft voor zijn dagelijkse werkzaamheden: het ophalen van aardappelen op de markt voor een heer G. W. Nijman.
Het handschrift is een verzorgd en vlot lopend cursief, kenmerkend voor het onderwijs uit die tijd. De vermelding van "M.i. Mr. Brouwer" rechtsboven suggereert dat het document is doorgeleid naar of behandeld door een specifieke functionaris (mogelijk een jurist, gezien de titel 'Mr.').
Opvallend is de geografische nabijheid: zowel de afzender (Atjehstraat) als de heer Nijman (Sidorejostraat) woonden in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost. De brief dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem.
Een marktkaart was in die tijd een noodzakelijk legitimatiebewijs of vergunning om toegang te krijgen tot de groothandelsmarkten of om grotere hoeveelheden goederen (zoals aardappelen) legaal te mogen transporteren en inkopen. Zonder dergelijke papieren liep men het risico beschuldigd te worden van handel op de zwarte markt. Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel, en de controle op de distributie ervan was zeer strikt. De brief illustreert de bureaucratische weg die burgers moesten bewandelen om hun dagelijkse werk en voedselvoorziening binnen de regels van de bezetter en de gemeente te organiseren. J. Hofstee W. Nijman
Samenvatting
Dit document is een formeel verzoekschrift van H. J. Hofstee aan een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk de marktmeester of het distributiekantoor). De schrijver verzoekt om een "marktkaart". Uit de tekst blijkt dat hij deze kaart nodig heeft voor zijn dagelijkse werkzaamheden: het ophalen van aardappelen op de markt voor een heer G. W. Nijman.
Het handschrift is een verzorgd en vlot lopend cursief, kenmerkend voor het onderwijs uit die tijd. De vermelding van "M.i. Mr. Brouwer" rechtsboven suggereert dat het document is doorgeleid naar of behandeld door een specifieke functionaris (mogelijk een jurist, gezien de titel 'Mr.').
Opvallend is de geografische nabijheid: zowel de afzender (Atjehstraat) als de heer Nijman (Sidorejostraat) woonden in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost.
Historische Context
De brief dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem.
Een marktkaart was in die tijd een noodzakelijk legitimatiebewijs of vergunning om toegang te krijgen tot de groothandelsmarkten of om grotere hoeveelheden goederen (zoals aardappelen) legaal te mogen transporteren en inkopen. Zonder dergelijke papieren liep men het risico beschuldigd te worden van handel op de zwarte markt. Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel, en de controle op de distributie ervan was zeer strikt. De brief illustreert de bureaucratische weg die burgers moesten bewandelen om hun dagelijkse werk en voedselvoorziening binnen de regels van de bezetter en de gemeente te organiseren.