Administratief dossierstuk (bijblad/geleidebriefje).
Origineel
Administratief dossierstuk (bijblad/geleidebriefje). Stempel linksboven:
BIJBLAD VAN:
M. No. 53/36/1 1942
DOORGEZONDEN: 17/3-42.
Handgeschreven rechtsboven (potlood):
24/3/42 vs
Handgeschreven rechts (rood):
Model
53/36/217.
Handgeschreven midden (potlood):
~~opvraagen~~
op secretarieele lijst
plaatsen.
geen kousen voorloopig
noodig
Paraaf en datum onderaan (potlood):
JvS [?] 19/3 - '42
Drukwerk linksonder:
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document fungeert als een administratieve instructie binnen een ambtelijk proces. De stempel linksboven geeft aan dat het stuk op 17 maart 1942 is doorgezonden als onderdeel van dossier 53/36/1. Het rode opschrift "Model" en het nummer 53/36/217 wijzen op een specifieke categorisering of referentie binnen het archiefsysteem.
De kern van het document is de handgeschreven instructie in potlood. De behandelaar heeft de initiële gedachte om iets "op [te] vraagen" doorgestreept. In plaats daarvan moet de betreffende zaak "op [de] secretarieele lijst" worden geplaatst. De opmerking "geen kousen voorloopig noodig" is zeer specifiek. Gezien de datum (1942) en de toenemende schaarste tijdens de oorlogsjaren, duidt dit waarschijnlijk op een aanvraag of toewijzing van textielwaren binnen een distributie- of bijstandssysteem. Het feit dat kousen "voorlopig niet nodig" zijn, suggereert een besluitvorming over de prioriteit van schaarse goederen. Het document bevindt zich in de context van de Nederlandse rijksadministratie onder het bewind van de Rijkscommissaris tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Ministerie van Algemene Zaken (waartoe "Model No. 14" behoorde) bleef tijdens de bezetting functioneren, hoewel onder strikt toezicht en binnen een economie van schaarste.
In 1942 was de distributie van kleding en textiel (waaronder kousen) in Nederland volledig door de overheid gereguleerd via distributiestamkaarten en textielpunten. Ambtenaren moesten op basis van dossiers beoordelen of individuen of groepen recht hadden op extra toewijzingen. Dit kaartje is een tastbaar bewijs van de bureaucratische afhandeling van die dagelijkse behoeften in oorlogstijd. M. No
Samenvatting
Dit document fungeert als een administratieve instructie binnen een ambtelijk proces. De stempel linksboven geeft aan dat het stuk op 17 maart 1942 is doorgezonden als onderdeel van dossier 53/36/1. Het rode opschrift "Model" en het nummer 53/36/217 wijzen op een specifieke categorisering of referentie binnen het archiefsysteem.
De kern van het document is de handgeschreven instructie in potlood. De behandelaar heeft de initiële gedachte om iets "op [te] vraagen" doorgestreept. In plaats daarvan moet de betreffende zaak "op [de] secretarieele lijst" worden geplaatst. De opmerking "geen kousen voorloopig noodig" is zeer specifiek. Gezien de datum (1942) en de toenemende schaarste tijdens de oorlogsjaren, duidt dit waarschijnlijk op een aanvraag of toewijzing van textielwaren binnen een distributie- of bijstandssysteem. Het feit dat kousen "voorlopig niet nodig" zijn, suggereert een besluitvorming over de prioriteit van schaarse goederen.
Historische Context
Het document bevindt zich in de context van de Nederlandse rijksadministratie onder het bewind van de Rijkscommissaris tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Ministerie van Algemene Zaken (waartoe "Model No. 14" behoorde) bleef tijdens de bezetting functioneren, hoewel onder strikt toezicht en binnen een economie van schaarste.
In 1942 was de distributie van kleding en textiel (waaronder kousen) in Nederland volledig door de overheid gereguleerd via distributiestamkaarten en textielpunten. Ambtenaren moesten op basis van dossiers beoordelen of individuen of groepen recht hadden op extra toewijzingen. Dit kaartje is een tastbaar bewijs van de bureaucratische afhandeling van die dagelijkse behoeften in oorlogstijd.