Extract (uittreksel) uit het besluitenboek van de burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract (uittreksel) uit het besluitenboek van de burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, paarse stempel:] Nº 53/57/5 M. 1942 29/6
No.55/14 L.M.1942.
[Rechtsboven, handgeschreven in zwarte inkt:] A. Barthold [?]
[Rechtsboven, getypt:] Restitutie entréegeld.
[Rechtsboven, schuin handgeschreven in zwarte inkt:]
mr. Dri
Th. Muller
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 5 Juni 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 30 Mei 1942, No.53/57/3 M.;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t :
aan R. Coppenhagen, De Clercqstraat 42, op gronden van billijkheid teruggave te verleenen van betaald entréegeld, tot een bedrag groot ƒ. 7.50.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
[Linksonder:]
Ol.
[Rechtsonder:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
[Paarse stempel:]
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een formeel administratief besluit van het Amsterdamse stadsbestuur uit de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de terugbetaling van een klein bedrag (7,50 gulden) aan een burger, R. Coppenhagen. De restitutie wordt verleend "op gronden van billijkheid", wat betekent dat men het rechtvaardig achtte het geld terug te geven, ook al was daar wellicht geen strikte wettelijke verplichting toe.
De administratieve weg die het besluit heeft afgelegd is zichtbaar: het initiatief lag bij de wethouder van onder andere "Levensmiddelen en Badinrichtingen", ondersteund door een rapport van de Dienst van het Marktwezen. De afhandeling gebeurt via de Gemeentesecretarie, waarbij kopieën naar de relevante vakafdelingen en de afdeling Financiën worden gestuurd voor de feitelijke betaling. De verschillende stempels en handgeschreven parafen (zoals "mr. Dri" en "Th. Muller") wijzen op de interne verwerking door ambtenaren. Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam werd op dat moment bestuurd door de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte. Het bestuur werkte volgens het 'leidersbeginsel', waarbij de burgemeester besluiten nam zonder tussenkomst van een gekozen gemeenteraad.
De naam van de begunstigde, R. Coppenhagen, is historisch saillant. Coppenhagen is een veelvoorkomende Joodse naam. In juni 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in Amsterdam bijna voltooid (de Jodenster was een maand eerder ingevoerd). Joden mochten veel markten en openbare gelegenheden niet meer bezoeken. Het is zeer waarschijnlijk dat deze restitutie van "entreegeld" voor de markt te maken heeft met het feit dat Coppenhagen de toegang tot de markt was ontzegd vanwege de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De datum van het besluit valt vlak voor het begin van de grootschalige deportaties uit Amsterdam, die in juli 1942 aanvingen.