Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 18 mei 1942. [Stempel linksboven:] NO 53/58/1
[Stempel middenboven:] M. 1942 [met handgeschreven:] 20/5
Amsterdam 18 Mei 1942.
Wel: Edl: Heer: Broerse
Aangezien, mijn (m) vorigen brief,
geen gehoor heeft gegeven, richt
ik mij wederom tot U, met een
beleefd verzoek, of ik in aanmer-
king kan komen voor aardappe-
len te vervoeren. U heeft 3 we-
ken geleden, mijn paard en wagen,
naam en adres en (expediet) expedi-
tiekaart genoteerd, van daaraf aan
niets meer gehoord. Daar ik
reeds, meer dan één jaar niets
anders dan aardappelen heeft
vervoerd, ben ik reeds 3 weken
brodeloos gesteld. Zaterdag
16 Mei (j.l.) zijn er wederom
kruiers aangenomen, waarom was ik
er niet bij? Er zijn op het ogenblik
kruiers, hetzij met handkarren of
paard en wagens, die nooit op
den markt geweest zijn, en nu
z.o.z. De schrijver van deze brief is een transporteur (kruier) die beschikt over een eigen paard en wagen. Hij richt zich tot de heer Broerse (vermoedelijk een ambtenaar of beheerder bij het Amsterdamse Marktwezen of de Distributiedienst) met een dringende klacht.
De kernpunten van het document zijn:
1. Werkloosheid: De schrijver zit al drie weken zonder werk ("brodeloos gesteld") nadat hij eerder een jaar lang aardappelen heeft vervoerd.
2. Bureaucreatie: Hij refereert aan een eerdere registratie van zijn gegevens en zijn expeditiekaart, waar hij geen reactie op heeft ontvangen.
3. Onvrede over toewijzing: Hij beklaagt zich over het feit dat er op 16 mei nieuwe kruiers zijn aangenomen, terwijl hij werd gepasseerd. Hij insinueert dat er mensen worden aangenomen zonder ervaring op de markt, terwijl hijzelf als ervaren kracht werkloos blijft.
Het handschrift is verzorgd maar vertoont sporen van emotie of haast, gezien de doorhalingen ("expediet") en tussenvoegingen. Deze brief stamt uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en het transport ervan strikt gereguleerd via distributiestelsels. Aardappelen waren een cruciaal volksvoedsel.
De term "brodeloos gesteld" is hier zeer letterlijk te nemen; zonder toestemming van de instanties om te vervoeren, had de schrijver geen inkomsten om zijn gezin (en zijn paard) te onderhouden. De brief illustreert de afhankelijkheid van de burger van lokale autoriteiten en de groeiende schaarste aan werk en middelen tijdens de oorlogsjaren. Het feit dat er "nieuwe kruiers" werden aangenomen die "nooit op den markt geweest zijn", suggereert mogelijk vriendjespolitiek of een verandering in het beleid van de bezetter of de gemeente. Marktwezen
Samenvatting
De schrijver van deze brief is een transporteur (kruier) die beschikt over een eigen paard en wagen. Hij richt zich tot de heer Broerse (vermoedelijk een ambtenaar of beheerder bij het Amsterdamse Marktwezen of de Distributiedienst) met een dringende klacht.
De kernpunten van het document zijn:
1. Werkloosheid: De schrijver zit al drie weken zonder werk ("brodeloos gesteld") nadat hij eerder een jaar lang aardappelen heeft vervoerd.
2. Bureaucreatie: Hij refereert aan een eerdere registratie van zijn gegevens en zijn expeditiekaart, waar hij geen reactie op heeft ontvangen.
3. Onvrede over toewijzing: Hij beklaagt zich over het feit dat er op 16 mei nieuwe kruiers zijn aangenomen, terwijl hij werd gepasseerd. Hij insinueert dat er mensen worden aangenomen zonder ervaring op de markt, terwijl hijzelf als ervaren kracht werkloos blijft.
Het handschrift is verzorgd maar vertoont sporen van emotie of haast, gezien de doorhalingen ("expediet") en tussenvoegingen.
Historische Context
Deze brief stamt uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en het transport ervan strikt gereguleerd via distributiestelsels. Aardappelen waren een cruciaal volksvoedsel.
De term "brodeloos gesteld" is hier zeer letterlijk te nemen; zonder toestemming van de instanties om te vervoeren, had de schrijver geen inkomsten om zijn gezin (en zijn paard) te onderhouden. De brief illustreert de afhankelijkheid van de burger van lokale autoriteiten en de groeiende schaarste aan werk en middelen tijdens de oorlogsjaren. Het feit dat er "nieuwe kruiers" werden aangenomen die "nooit op den markt geweest zijn", suggereert mogelijk vriendjespolitiek of een verandering in het beleid van de bezetter of de gemeente.