Handgeschreven ambtelijke notitie of memo op een los vel papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memo op een los vel papier. 26 mei 1942. Zwaaf
Joden Houttuinen 72
Vraagt toegang voor
zijn verpleging tot Am.
Heeft erkenning gekregen.
Heeft zich altijd toe-
getoond als werker. Bijgevolg
ten volle zijn
ingetrokken.
26-5-42
[Geparafeerd: CA]
[In de linker marge, omcirkeld:]
Afgehandeld
v. Lely
[Onderaan het document:]
koopt op veiling
Wil ook te Amsterdam
op Am. koope. Dit document is een kernachtige administratieve notitie uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De tekst beschrijft de situatie van een individu genaamd Zwaaf, woonachtig aan de Joden Houttuinen 72, een adres in de voormalige Joodse buurt van Amsterdam.
De persoon in kwestie vraagt om toegang tot Amsterdam voor zijn "verpleging" (medische zorg). In mei 1942 waren de bewegingsvrijheid en de toegang tot faciliteiten voor Joodse burgers reeds drastisch ingeperkt door anti-Joodse verordeningen. De opmerking dat hij "erkenning heeft gekregen" en zich "altijd als werker heeft getoond", duidt erop dat zijn status als werkzame kracht (mogelijk in het kader van de Joodsche Raad of een vitale industrie) werd gebruikt als argument om bepaalde sancties of beperkingen op te heffen. De conclusie "ten volle zijn ingetrokken" suggereert dat eerder opgelegde restricties tegen hem zijn geannuleerd.
De losse aantekening onderaan over het "koopen op veilingen" wijst op een zakelijk belang of een verzoek om ook in Amsterdam deel te mogen nemen aan veilingen, een activiteit die voor Joden in die fase van de oorlog streng gereguleerd of verboden was. De datum 26 mei 1942 is historisch gezien van groot belang. Dit was enkele weken nadat de Jodenster verplicht was gesteld (3 mei 1942) en kort voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de kampen in het oosten begonnen (juli 1942).
De straat Joden Houttuinen bestond uit een complex van bebouwing in de Amsterdamse Jodenbuurt (nabij de huidige Valkenburgerstraat) en is na de oorlog vrijwel volledig verdwenen door sloop en herinrichting. De familienaam Zwaaf was wijdverspreid binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
Het document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Holocaust: zelfs voor basale zaken als verhuizing voor verpleging of commerciële activiteiten was een officiële status en "erkenning" als werker noodzakelijk om aan de steeds strengere maatregelen van de bezetter te ontsnappen of deze te verzachten. De paraaf 'v. Lely' verwijst mogelijk naar een functionaris die betrokken was bij de Joodsche Raad of een gemeentelijke instantie die deze verzoeken verwerkte.
Samenvatting
Dit document is een kernachtige administratieve notitie uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De tekst beschrijft de situatie van een individu genaamd Zwaaf, woonachtig aan de Joden Houttuinen 72, een adres in de voormalige Joodse buurt van Amsterdam.
De persoon in kwestie vraagt om toegang tot Amsterdam voor zijn "verpleging" (medische zorg). In mei 1942 waren de bewegingsvrijheid en de toegang tot faciliteiten voor Joodse burgers reeds drastisch ingeperkt door anti-Joodse verordeningen. De opmerking dat hij "erkenning heeft gekregen" en zich "altijd als werker heeft getoond", duidt erop dat zijn status als werkzame kracht (mogelijk in het kader van de Joodsche Raad of een vitale industrie) werd gebruikt als argument om bepaalde sancties of beperkingen op te heffen. De conclusie "ten volle zijn ingetrokken" suggereert dat eerder opgelegde restricties tegen hem zijn geannuleerd.
De losse aantekening onderaan over het "koopen op veilingen" wijst op een zakelijk belang of een verzoek om ook in Amsterdam deel te mogen nemen aan veilingen, een activiteit die voor Joden in die fase van de oorlog streng gereguleerd of verboden was.
Historische Context
De datum 26 mei 1942 is historisch gezien van groot belang. Dit was enkele weken nadat de Jodenster verplicht was gesteld (3 mei 1942) en kort voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de kampen in het oosten begonnen (juli 1942).
De straat Joden Houttuinen bestond uit een complex van bebouwing in de Amsterdamse Jodenbuurt (nabij de huidige Valkenburgerstraat) en is na de oorlog vrijwel volledig verdwenen door sloop en herinrichting. De familienaam Zwaaf was wijdverspreid binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
Het document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Holocaust: zelfs voor basale zaken als verhuizing voor verpleging of commerciële activiteiten was een officiële status en "erkenning" als werker noodzakelijk om aan de steeds strengere maatregelen van de bezetter te ontsnappen of deze te verzachten. De paraaf 'v. Lely' verwijst mogelijk naar een functionaris die betrokken was bij de Joodsche Raad of een gemeentelijke instantie die deze verzoeken verwerkte.