Brief geschreven op een officieel briefhoofd/notapapier van een slagerij.
Origineel
Brief geschreven op een officieel briefhoofd/notapapier van een slagerij. J.P. de Boer, eigenaar van de "Electrische Model Rund-, Kalfs- en Varkensslagerij". Een ongenoemde autoriteit, geadresseerd als "Wel. Ed. Heer" (waarschijnlijk een ambtenaar van de markt- of distributiedienst). [Gedrukte tekst briefhoofd:]
ELECTRISCHE MODEL
RUND-, KALFS- EN
VARKENSSLAGERIJ
J. P. DE BOER
Specialiteit in Fijne Vleeschwaren
Gem. Giro B 6574 Post Giro 332353
HUDSONSTRAAT 114-116 — TELEFOON 83154
№ 53/65/1 Amsterdam, M. 1942 26/6 19
Nota voor [handgeschreven:] mij [?]
van J. P. de BOER
[Handgeschreven tekst:]
Amsterdam, 25 Juni 42
Wel. Ed. Heer.
Ik heb een slagerij, en meer
vleesch dan ik aan mijn
klanten verkopen kan.
Nu wilde ik proberen dat
aan snippers op de markt te
slijten, want hoe meer
bonnen ik in lever zooveel
meer krijg ik toegewezen.
Wilt U mij een pas
verstrekken zoodat ik [rechtsonder: 53]
Z.O.Z. In deze brief verzoekt slager J.P. de Boer om een officiële marktpas. De kern van zijn verzoek is dat hij een overschot aan vlees heeft, specifiek "snippers" (snijafval of kleine reststukken), die hij niet in zijn eigen winkel aan de Hudsonstraat kan verkopen.
De brief is een direct bewijs van de werking van het distributiestelsel tijdens de bezetting. De slager legt uit dat zijn toekomstige toewijzing van vleesvoorraad afhankelijk is van het aantal distributiebonnen dat hij inlevert. Door restvlees op de markt te verkopen, hoopt hij meer bonnen te verzamelen, zodat zijn winkel in de toekomst een groter quotum toegewezen krijgt. Het toont de administratieve druk op kleine ondernemers om hun voorraad en toewijzing veilig te stellen via officiële kanalen. Het document dateert van juni 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was voedsel schaars en was het distributiesysteem met bonkaarten volledig van kracht. Slagers waren gebonden aan strikte regels en quota; zij moesten bonnen van hun klanten innen om zelf weer nieuw vlees te kunnen inkopen bij de groothandel.
De Hudsonstraat in Amsterdam-West was indertijd een levendige winkelstraat. De vermelding "Electrische Model Slagerij" wijst op een voor die tijd moderne bedrijfsvoering met elektrische koeling en machines. De brief geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrategieën van middenstanders die probeerden te navigeren binnen de complexe regelgeving van de bezetter. J.P. de Boer
Samenvatting
In deze brief verzoekt slager J.P. de Boer om een officiële marktpas. De kern van zijn verzoek is dat hij een overschot aan vlees heeft, specifiek "snippers" (snijafval of kleine reststukken), die hij niet in zijn eigen winkel aan de Hudsonstraat kan verkopen.
De brief is een direct bewijs van de werking van het distributiestelsel tijdens de bezetting. De slager legt uit dat zijn toekomstige toewijzing van vleesvoorraad afhankelijk is van het aantal distributiebonnen dat hij inlevert. Door restvlees op de markt te verkopen, hoopt hij meer bonnen te verzamelen, zodat zijn winkel in de toekomst een groter quotum toegewezen krijgt. Het toont de administratieve druk op kleine ondernemers om hun voorraad en toewijzing veilig te stellen via officiële kanalen.
Historische Context
Het document dateert van juni 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was voedsel schaars en was het distributiesysteem met bonkaarten volledig van kracht. Slagers waren gebonden aan strikte regels en quota; zij moesten bonnen van hun klanten innen om zelf weer nieuw vlees te kunnen inkopen bij de groothandel.
De Hudsonstraat in Amsterdam-West was indertijd een levendige winkelstraat. De vermelding "Electrische Model Slagerij" wijst op een voor die tijd moderne bedrijfsvoering met elektrische koeling en machines. De brief geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrategieën van middenstanders die probeerden te navigeren binnen de complexe regelgeving van de bezetter.