Archiefdocument
Origineel
53/67/1 [stempel: 1942 7/7] M. i. V. Tran
Geachte Directeur
Daar ik een bloemenzaak heeft zou ik zoo gauw
mogelijk in aanmerking komen voor een vergunning
om op de Markt te koopen daar ik Ariërs ben om
op de bloemenveiling te koopen in afwachting
Hoogachtend Mevr H. Sandagt Vrijhoeven
fhoto's heb ik al Kl. Kattenburgerstraat No 17
gemaakt. Bloemenwinkel A'dam C.
53 * Doel: Een formeel verzoek van een winkelierster aan een directeur (waarschijnlijk van de marktwezen-instantie of de veiling) om een inkoopvergunning.
* Taal en spelling: Het document bevat enkele opmerkelijke taalfouten, zoals "ik [...] heeft" (in plaats van heb) en de spelling "fhoto's". Dit wijst op een schrijfster met mogelijk beperkte formele scholing, maar die wel de officiële weg tracht te bewandelen.
* Cruciaal element: De zinsnede "daar ik Ariërs ben" is de kern van dit document. In de context van 1942 is dit een expliciete zelfidentificatie als niet-Joods. Onder de Duitse bezetting was het aantonen van "Ariese" afkomst een wettelijke vereiste om een bedrijf te mogen voeren of vergunningen te verkrijgen. Het gebruik van het meervoud ("Ariërs") voor een enkelvoudig persoon is grammaticaal incorrect maar de juridische implicatie was in die tijd van levensbelang voor ondernemers.
* Bijzonderheden: De opmerking over de foto's ("fhoto's heb ik al gemaakt") suggereert dat voor de betreffende vergunning identiteitsbewijzen met foto nodig waren, een relatief nieuw fenomeen in die tijd (denk aan de invoering van de persoonsbewijzen). * Historische periode: De Tweede Wereldoorlog, de periode waarin de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter hun hoogtepunt naderden. Vanaf 1941 werden Joodse ondernemers systematisch uit het economisch leven geweerd ("Arisering").
* Sociaal-economisch: Dit document toont hoe de rassenideologie van de bezetter doordrong tot de kleinste details van het dagelijks leven en de handel. Zelfs voor een eenvoudige bloemenwinkel op de Kattenburgerstraat was de "Ariërverklaring" een voorwaarde voor het voortbestaan van de nering.
* Locatie: De Kleine Kattenburgerstraat 17 in Amsterdam-Centrum bevond zich in een volksbuurt op de Oostelijke Eilanden. De nabijheid van de centrale markten en veilingen maakte deze vergunning essentieel voor de winkel. H. Sandagt V. Tran Marktwezen
Samenvatting
- Doel: Een formeel verzoek van een winkelierster aan een directeur (waarschijnlijk van de marktwezen-instantie of de veiling) om een inkoopvergunning.
- Taal en spelling: Het document bevat enkele opmerkelijke taalfouten, zoals "ik [...] heeft" (in plaats van heb) en de spelling "fhoto's". Dit wijst op een schrijfster met mogelijk beperkte formele scholing, maar die wel de officiële weg tracht te bewandelen.
- Cruciaal element: De zinsnede "daar ik Ariërs ben" is de kern van dit document. In de context van 1942 is dit een expliciete zelfidentificatie als niet-Joods. Onder de Duitse bezetting was het aantonen van "Ariese" afkomst een wettelijke vereiste om een bedrijf te mogen voeren of vergunningen te verkrijgen. Het gebruik van het meervoud ("Ariërs") voor een enkelvoudig persoon is grammaticaal incorrect maar de juridische implicatie was in die tijd van levensbelang voor ondernemers.
- Bijzonderheden: De opmerking over de foto's ("fhoto's heb ik al gemaakt") suggereert dat voor de betreffende vergunning identiteitsbewijzen met foto nodig waren, een relatief nieuw fenomeen in die tijd (denk aan de invoering van de persoonsbewijzen).
Historische Context
- Historische periode: De Tweede Wereldoorlog, de periode waarin de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter hun hoogtepunt naderden. Vanaf 1941 werden Joodse ondernemers systematisch uit het economisch leven geweerd ("Arisering").
- Sociaal-economisch: Dit document toont hoe de rassenideologie van de bezetter doordrong tot de kleinste details van het dagelijks leven en de handel. Zelfs voor een eenvoudige bloemenwinkel op de Kattenburgerstraat was de "Ariërverklaring" een voorwaarde voor het voortbestaan van de nering.
- Locatie: De Kleine Kattenburgerstraat 17 in Amsterdam-Centrum bevond zich in een volksbuurt op de Oostelijke Eilanden. De nabijheid van de centrale markten en veilingen maakte deze vergunning essentieel voor de winkel.