Getypte brief op briefpapier van de firma A. Kleine Budde.
Origineel
Getypte brief op briefpapier van de firma A. Kleine Budde. 20 augustus 1942. A. Kleine Budde (Drogerijen - Chemicaliën - Verbandstoffen), Zocherstraat 71, Amsterdam. A. Kleine Budde
Drogerijen - Chemicaliën
Verbandstoffen
ZOCHERSTRAAT 71
TELEFOON 82287
No 53/73/1 M. 1942 24/S.
AMSTERDAM, 20 Augustus 1942.
Post-Giro 13500
Gem.-Giro K 2956
[Handgeschreven parafen in rood en blauw]
Den Weledelen Heer Directeur ~~van~~ het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam(W).
Weledele Heer,
Op advies van het Gewestelijk Arbeidsbureau, Hoogte Kadijk, wend ik mij tot U in het belang van een mijner pupillen. A.B. Stoit, Rombout Hogerbeetsstraat 58III. Deze jongeman heeft een psychopatischen inslag en houdt het derhalve ~~het~~ nimmer langer als eenige dagen bij een patroon uit. Tijdens zijn observatie destijds in de Kindersluis te Rotterdam, adviseerde de directeur aan den Kinderrechter om eenig zelfstandig werk voor hem te doen vinden en daar hij zelf een uitgesproken idee had om met een paard en wagen zijn brood te verdienen kreeg ik de opdracht het in dien richting te zoeken. Gezien de ouders onbemiddeld zijn en niemand te vinden was, die de zaak wilde financieren leden de pogingen daartoe schipbreuk, slechts kon tegen een veel te hoog bedrag het geheel gehuurd worden, hetgeen niet verantwoord was.
Op dit moment heeft hij zelf iemand gevonden, welke hem behulpzaam wil zijn en op dusdanige conditie, dat hier voor hem geen risico als het ware aan verbonden is. Zoo toog hij met zijn rijkdom naar de Markthallen en deed hier eenige vrachtjes, totdat hem vanmorgen de toegang tot de terreinen ontzegd werd, omdat hij niet in het bezit is van een werkvergunning. Direct heb ik mij nadien met het Arbeidsbureau in verbinding gesteld en daar hij voor Duitsland ongeschikt is bevonden, bestond de mogelijkheid om hem hiervan in het bezit te stellen ~~mitsvoor~~ dien arbeid, mits hij in het bezit kan worden gesteld van een toegangsbewijs van de terreinen aan de Markthallen.
Hedenmiddag besprak ik het geheel met de Ambtenares van den Kinderrechter Mej. Mr. v. Hasselt, welke mij zeide, dat het door mij aan U te doen verzoek, de jongeman in het bezit te stellen van een toegangsbewijs tot de markthallen, zoodat een werkvergunning verkregen kan worden, ten volle door den Kinderrechter ondersteund wordt.
U dankzeggend voor Uwe bemiddeling, verblijf ik,
Hoogachtend,
[Handtekening: A. Kleine Budde] * Sociale Casus: De brief schetst de problematiek van een jongeman, A.B. Stoit, die vanwege een "psychopathische inslag" (volgens de toenmalige psychiatrische terminologie) niet kan aarden in een reguliere werkomgeving onder een baas ("patroon"). Er wordt geprobeerd hem als zelfstandige met paard en wagen te laten werken.
* Bemiddeling: De afzender, Kleine Budde, treedt op als voogd of begeleider van de "pupil". Hij werkt hierbij samen met officiële instanties zoals de Kinderrechter en het Arbeidsbureau.
* Bureaucratische drempel: De jongeman is al begonnen met werken op de Markthallen ("toog met zijn rijkdom" – mogelijk een ironische verwijzing naar zijn schamele bezit of juist zijn enthousiasme), maar is weggestuurd bij gebrek aan de juiste papieren.
* Oorlogstijd: De datum (1942) en de opmerking "daar hij voor Duitsland ongeschikt is bevonden" zijn cruciaal. Dit verwijst naar de Arbeitseinsatz. Omdat de jongeman niet naar Duitsland hoeft voor dwangarbeid, ontstaat er ruimte om hem lokaal aan het werk te helpen, mits hij de juiste vergunningen krijgt. Deze brief geeft een inkijkje in de sociale zorg en arbeidsbemiddeling in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
De term "psychopathischen inslag" werd in die tijd breed gebruikt voor jongeren met gedragsproblemen of aanpassingsmoeilijkheden die niet in het reguliere arbeidsproces pasten. De Kindersluis in Rotterdam was een bekend observatiehuis voor dergelijke "moeilijk opvoedbare" jongeren.
Opmerkelijk is de directe koppeling tussen het lokale werkvergunningsbeleid en de Duitse bezettingsmaatregelen; lokale tewerkstelling was voor velen een manier om deportatie of dwangarbeid in Duitsland te voorkomen, hoewel in dit specifieke geval een medische of psychische afkeuring de reden was voor zijn vrijstelling. De betrokkenheid van Mej. Mr. van Hasselt (vertegenwoordiger van de Kinderrechter) onderstreept de officiële status van dit re-integratiepoging.