Handgeschreven verzoekbrief.
Origineel
Handgeschreven verzoekbrief. 21 december 1942. J. van Munster (geboren 4 februari 1874), wonende aan de Van Oldenbarneveldtstraat 106-IV te Amsterdam. Onderstaande transcriptie volgt de oorspronkelijke spelling en interpunctie.
Amsterdam 21 December 1942
Mijn Heer den Directeur
Gaarne zou Ondergetekende in aan-
merking komen voor een kruierskaart
aan gezien ik al buren weet
waar ik groenten en aardappelen
voor kan vervoeren
Verder kan dienen mijn leven lang
in Erts en kolen boten te hebben gewerkt
Echter de laatste drie Oorlogs Jaren
heb ik in de kolen bij bij baas
Smit in de nieuw Tuinstraat No 2 gewerkt
Hier van een getuig schrift
Hopende mijn verzoek te willen in-
willigen want ik wil gaarne
wat verdienen
Teken ik mij Hoog Achten uw Dienaar
J van Munster geb den 4 den Februari 1874
Adres J van Munster
van Oldenbarneveldtstraat 106 4 hoog
te Amsterdam
[Stempels en aantekeningen onderaan:]
Nº 53/81/1 M. 1942 21/12
53/81/1 m '42
53 * Inhoud: De 68-jarige J. van Munster verzoekt om een 'kruierskaart'. Dit was een officiële vergunning om met een handkar of kruiwagen goederen te mogen vervoeren voor derden.
* Motivatie: De schrijver voert aan dat hij al een klantenkring heeft (buren) voor wie hij groenten en aardappelen kan transporteren. Hij benadrukt zijn fysieke geschiktheid door te verwijzen naar zijn zware arbeidsverleden in de haven (erts- en kolenboten) en zijn recente werkzaamheden bij kolenbaas Smit in de Nieuwe Tuinstraat.
* Toon: De brief is opgesteld in de formele en eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was voor correspondentie met instanties ("uw Dienaar", "Mijn Heer den Directeur"), maar de onderliggende motivatie is pragmatisch en dringend: de noodzaak om op hoge leeftijd nog een inkomen te genereren. * Oorlog en Schaarste: Ten tijde van de brief (december 1942) was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De distributie van voedsel en brandstof was streng gereguleerd. Een kruierskaart was essentieel om legaal diensten te verrichten in het kleinschalig transport van schaarse goederen zoals aardappelen en kolen.
* Sociaal-economische positie: De afzender is 68 jaar oud. In 1942 bestond er nog geen algemeen staatspensioen (de AOW werd pas in 1957 ingevoerd). Voor arbeiders zoals Van Munster betekende dit dat zij vaak tot op zeer hoge leeftijd moesten doorwerken om te overleven, zeker in de zware oorlogsjaren.
* Geografie: De genoemde locaties (Van Oldenbarneveldtstraat en Nieuwe Tuinstraat) situeren het verzoek in het Amsterdamse stadsdeel West en de Jordaan, wijken die destijds dichtbevolkt waren door de arbeidersklasse. J. van Munster
Samenvatting
- Inhoud: De 68-jarige J. van Munster verzoekt om een 'kruierskaart'. Dit was een officiële vergunning om met een handkar of kruiwagen goederen te mogen vervoeren voor derden.
- Motivatie: De schrijver voert aan dat hij al een klantenkring heeft (buren) voor wie hij groenten en aardappelen kan transporteren. Hij benadrukt zijn fysieke geschiktheid door te verwijzen naar zijn zware arbeidsverleden in de haven (erts- en kolenboten) en zijn recente werkzaamheden bij kolenbaas Smit in de Nieuwe Tuinstraat.
- Toon: De brief is opgesteld in de formele en eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was voor correspondentie met instanties ("uw Dienaar", "Mijn Heer den Directeur"), maar de onderliggende motivatie is pragmatisch en dringend: de noodzaak om op hoge leeftijd nog een inkomen te genereren.
Historische Context
- Oorlog en Schaarste: Ten tijde van de brief (december 1942) was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De distributie van voedsel en brandstof was streng gereguleerd. Een kruierskaart was essentieel om legaal diensten te verrichten in het kleinschalig transport van schaarse goederen zoals aardappelen en kolen.
- Sociaal-economische positie: De afzender is 68 jaar oud. In 1942 bestond er nog geen algemeen staatspensioen (de AOW werd pas in 1957 ingevoerd). Voor arbeiders zoals Van Munster betekende dit dat zij vaak tot op zeer hoge leeftijd moesten doorwerken om te overleven, zeker in de zware oorlogsjaren.
- Geografie: De genoemde locaties (Van Oldenbarneveldtstraat en Nieuwe Tuinstraat) situeren het verzoek in het Amsterdamse stadsdeel West en de Jordaan, wijken die destijds dichtbevolkt waren door de arbeidersklasse.