Archief 745
Inventaris 745-390
Pagina 275
Dossier 104
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (klachtbrief)

24 januari 1942

Origineel

Brief (klachtbrief) 24 januari 1942 [Linksboven, blauwe stempel/inkt:]
No 72 / 1 / 1

[Middenboven, stempel en inkt:]
M. 1942 29 / 1

[Rechtsboven:]
Amsterdam 24 – 1 – 42.

[Midden:]
Weledele Heer.

[In de rechtermarge, handgeschreven toevoeging in potlood/lichte inkt:]
met Insp.
(zijn vermoedelijk
de venters van
Duyvis)

[Hoofdtekst:]
Is het Uw bekend dat venters met een tijdelijke Ventvergunning
Zomer en winter venten en dan nog wel in een buurt waar
zij niet thuis horen, en zoo dat wij met een jaarlijksche
Ventvergunning van f. 5.- er veel last en schade van
ondervinden.

Hopende dat Uw mijn klacht in nota neemt.

Bij Voorbaat hartelijke dank,

Liefst onbekende Venter. De brief is een uiting van onvrede over oneerlijke concurrentie in de straathandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijver beklaagt zich over venters die op basis van een tijdelijke vergunning het hele jaar door actief zijn, ook in wijken waar zij officieel niet mogen staan.

De kern van de klacht is economisch van aard: de schrijver betaalt 5 gulden voor een jaarvergunning en ziet zijn inkomsten ("schade") aangetast door deze tijdelijke krachten. De toon is formeel-beleefd ("Weledele Heer"), maar de afzender kiest voor anonimiteit ("Liefst onbekende Venter"), wat mogelijk wijst op angst voor represailles of sociale spanningen binnen het gilde van straatverkopers.

De aantekening in de marge suggereert dat de ontvangende instantie de klacht serieus nam; er wordt verwezen naar een inspecteur ("Insp.") en er wordt een specifiek vermoeden geuit over de identiteit van de overtreders ("de venters van Duyvis"). In januari 1942, de periode waarin deze brief is geschreven, was Nederland ruim anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste nam toe en de regelgeving omtrent handel en distributie werd steeds strenger. Straathandel was voor velen een essentiële bron van inkomsten, maar was gebonden aan strikte leges en vergunningen.

De vermelding van "Duyvis" in de kantlijn is interessant; het bedrijf (bekend van de oliën en later zoutjes) zette in die tijd mogelijk venters in voor de distributie van hun producten. De spanning tussen de individuele "kleine" zelfstandige met een vaste vergunning en de grotere partijen of tijdelijke gelukszoekers was in de oorlogstijd, door de heersende armoede, extra precair. Politie

Samenvatting

De brief is een uiting van onvrede over oneerlijke concurrentie in de straathandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijver beklaagt zich over venters die op basis van een tijdelijke vergunning het hele jaar door actief zijn, ook in wijken waar zij officieel niet mogen staan.

De kern van de klacht is economisch van aard: de schrijver betaalt 5 gulden voor een jaarvergunning en ziet zijn inkomsten ("schade") aangetast door deze tijdelijke krachten. De toon is formeel-beleefd ("Weledele Heer"), maar de afzender kiest voor anonimiteit ("Liefst onbekende Venter"), wat mogelijk wijst op angst voor represailles of sociale spanningen binnen het gilde van straatverkopers.

De aantekening in de marge suggereert dat de ontvangende instantie de klacht serieus nam; er wordt verwezen naar een inspecteur ("Insp.") en er wordt een specifiek vermoeden geuit over de identiteit van de overtreders ("de venters van Duyvis").

Historische Context

In januari 1942, de periode waarin deze brief is geschreven, was Nederland ruim anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste nam toe en de regelgeving omtrent handel en distributie werd steeds strenger. Straathandel was voor velen een essentiële bron van inkomsten, maar was gebonden aan strikte leges en vergunningen.

De vermelding van "Duyvis" in de kantlijn is interessant; het bedrijf (bekend van de oliën en later zoutjes) zette in die tijd mogelijk venters in voor de distributie van hun producten. De spanning tussen de individuele "kleine" zelfstandige met een vaste vergunning en de grotere partijen of tijdelijke gelukszoekers was in de oorlogstijd, door de heersende armoede, extra precair.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Politie

Kooplieden in dit dossier 100

M. Werken turfstrooisel
Almag.Werken turfstrooisel
A. van Harten Uilenburg uien
A. van Harten gez. groenten
A. Harten fruit
A. Harten fruit
A. Harten fruit
A. Harten Uilenburg uien
A. Harten fruit
A. Harten fruit
Br.Groenten en Fr.v. rapen
Bur.v.Fruitvoorz. kool
C. de Jong fruit
C. de Jong peen
C. de Jong fruit
Centr.Keuken blik vleesch
Centr.markt turfstrooisel
Alexander Vrachtdoender cap.en erwten
C. Kooij andijvie
C. Kooij rapen
December 1942. Kooy, Smeerdijk, Esseld v. Harten v. Dijk. Fruit Voorz. Draaisma, Timmermans Dekker, Ruhe, Bervoeyer
D. Leegwater Uilenburg uien
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6