Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 3 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst zoals de Dienst der Marktwezen of een afdeling Voedselvoorziening). [Handgeschreven]: Verzonden 3/2
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
72/2/1 M. 1 3 Februari 1942.
Uitvoering Ventverordening.
Ingevolge Uw opdracht d.d. 28 Mei 1935 No.1085 L.M. heb ik de eer U bijgaand te doen toekomen een overzicht van de gehouden contrôle en de gemaakte processen-verbaal over de maanden Juli tot en met December 1941.
De Directeur, * Administratieve continuïteit: De brief verwijst naar een opdracht uit mei 1935. Dit toont aan dat de ambtelijke molens en bestaande regelgeving uit de vooroorlogse periode tijdens de bezetting gewoon bleven doordraaien.
* Handhaving: De kern van het document is de rapportage over "contrôle" en "processen-verbaal". Dit duidt op een strikte handhaving van de regels rondom straathandel (venten).
* Periode: De rapportage beslaat de tweede helft van 1941, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en de controle op de distributie van levensmiddelen steeds stringenter werd.
* Toon: De tekst is gesteld in de uiterst formele en hoffelijke ambtelijke taal van die tijd ("heb ik de eer U bijgaand te doen toekomen"). Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke kwestie. Vanwege de toenemende tekorten werd bijna alles "op de bon" gezet (distributiestelsel). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor het goede verloop hiervan in de gemeente.
De Ventverordening regelde de handel door straatverkopers. In oorlogstijd was toezicht op deze groep essentieel voor de overheid om de zwarte handel tegen te gaan en te garanderen dat goederen via de officiële kanalen (en tegen vastgestelde prijzen) bij de burgers terechtkwamen. De "processen-verbaal" waarover gesproken wordt, zijn waarschijnlijk uitgeschreven aan handelaren die buiten hun boekje gingen, bijvoorbeeld door te hoge prijzen te vragen of goederen zonder distributiebonnen te verkopen. Marktwezen
Samenvatting
- Administratieve continuïteit: De brief verwijst naar een opdracht uit mei 1935. Dit toont aan dat de ambtelijke molens en bestaande regelgeving uit de vooroorlogse periode tijdens de bezetting gewoon bleven doordraaien.
- Handhaving: De kern van het document is de rapportage over "contrôle" en "processen-verbaal". Dit duidt op een strikte handhaving van de regels rondom straathandel (venten).
- Periode: De rapportage beslaat de tweede helft van 1941, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en de controle op de distributie van levensmiddelen steeds stringenter werd.
- Toon: De tekst is gesteld in de uiterst formele en hoffelijke ambtelijke taal van die tijd ("heb ik de eer U bijgaand te doen toekomen").
Historische Context
Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke kwestie. Vanwege de toenemende tekorten werd bijna alles "op de bon" gezet (distributiestelsel). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor het goede verloop hiervan in de gemeente.
De Ventverordening regelde de handel door straatverkopers. In oorlogstijd was toezicht op deze groep essentieel voor de overheid om de zwarte handel tegen te gaan en te garanderen dat goederen via de officiële kanalen (en tegen vastgestelde prijzen) bij de burgers terechtkwamen. De "processen-verbaal" waarover gesproken wordt, zijn waarschijnlijk uitgeschreven aan handelaren die buiten hun boekje gingen, bijvoorbeeld door te hoge prijzen te vragen of goederen zonder distributiebonnen te verkopen.