Dienstbrief van de Amsterdamse politie.
Origineel
Dienstbrief van de Amsterdamse politie. 16 februari 1942. Hoofdbureau van Politie te Amsterdam. [Handgeschreven linksboven:] Saaikema 418
[Handgeschreven rechtsboven:] 203
HOOFDBUREAU VAN POLITIE
Amsterdam-C., 16 Februari 1942.
Dict.Bo./Sl.
Lr.S.No 1966/1942.
Doss.S.I.
[Stempel:] Nº 72/3/1 M. 1942 [Handgeschreven:] 27/2 [Handgeschreven:] Insp
[Rechts boven de tekst:]
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
Ik heb de eer UEdelGestreng te berichten dat door het politiepersoneel in de maand Januari 1942 4 processen-verbaal werden opgemaakt terzake overtreding van de Verordening op het venten.
[Handgeschreven:] Coll.: /kw 7
[Blauwe stempel:]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie
toegevoegd voor de Administratie
[Handgeschreven handtekening: H. Verberne?]
[Handgeschreven aan de linkerzijde:] Jennen Gottmer
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handgeschreven handtekening: de Klerk]
Aan *
den Heer Directeur van het Marktwezen,
A L H I E R .
M 72 - 10000-12-41 * Inhoud: De brief is een korte, zakelijke kennisgeving van de politie aan de directie van het marktwezen. In de maand januari 1942 zijn er door de politie vier personen bekeurd (processen-verbaal opgemaakt) voor het illegaal venten (straatverkoop zonder vergunning of in strijd met de regels).
* Administratie: Het document bevat talrijke archiefkenmerken, waaronder dossiernummers en stempels van ontvangst of gezien-meldingen. De handtekeningen en de term "toegevoegd voor de Administratie" wijzen op een strikt bureaucratische afhandeling binnen de politieorganisatie.
* Terminologie: De aanhef "UEdelGestreng" is een formele titulatuur die destijds gebruikelijk was voor ambtenaren met een zekere rang (zoals de directeur van een gemeentelijke dienst). "Alhier" geeft aan dat de geadresseerde zich in dezelfde stad (Amsterdam) bevindt. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de politie onder toezicht stond van de bezetter, gingen de reguliere handhavingstaken van de openbare orde en gemeentelijke verordeningen gewoon door.
* Venten in oorlogstijd: De controle op venters (straathandelaren) was in deze periode extra relevant vanwege de toenemende schaarste, de invoering van het distributiestelsel en de zwarte handel. De "Verordening op het venten" diende om de reguliere handel te beschermen en toezicht te houden op wat er op straat verkocht werd.
* Organisatie: De brief laat zien hoe verschillende gemeentelijke apparaten (Politie en Marktwezen) met elkaar communiceerden over de handhaving van lokale regels. De Inspecteur die het document heeft 'gezien' (mogelijk de Klerk) en de administratieve commissaris (mogelijk Verberne) waren radertjes in de uitgebreide Amsterdamse ambtenarij van die tijd.