Archiefdocument
Origineel
27 maart 1942. De Hoofdcommissaris van Politie (namens deze: H. Holsbergen, Commissaris van Politie toegevoegd voor de Administratie). Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. HOOFDBUREAU VAN POLITIE
[Logo: drie vierkantjes]
Amsterdam-C., 27 Maart 1942.
Dict. Bo/vdM.
Lr.S.No. 3342/1942.
Dossier S.l.
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
№ 72/3/2 M. 1942 30/3 Insp.
Ik heb de eer UEdelGestrengue te berichten, dat door het politiepersoneel in de maand Februari 1942 1 proces-verbaal werd opgemaakt terzake overtreding van de Verordening op het venten.
Coll.: no 1 [handgeschreven]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie
toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening: H. Holsbergen]
H. Holsbergen
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening: de Boer]
*
Aan den Heer
Directeur van het Marktwezen
ALHIER.
M 72 - 10000-12-41 * Vorm: Het betreft een standaard ambtelijk schrijven op briefpapier van het Amsterdamse Hoofdbureau van Politie. Het document bevat diverse stempels, typemachine-tekst en handgeschreven toevoegingen (zoals de datum en het aantal processen-verbaal).
* Inhoud: De politie rapporteert aan de directeur van het Marktwezen dat er in de maand februari 1942 slechts één proces-verbaal is opgemaakt voor een overtreding van de ventverordening.
* Functionarissen:
* H. Holsbergen: Tekent namens de Hoofdcommissaris. Hij was als commissaris belast met de administratieve afhandeling.
* De Boer: De inspecteur die het document heeft gezien/geparafeerd ("Gezien").
* Terminologie: "UEdelGestrengue" is een formele aanspreektitel die destijds gebruikelijk was voor hogere ambtenaren (zoals de directeur van een gemeentelijke dienst). "ALHIER" geeft aan dat de ontvanger zich in dezelfde stad bevindt. Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud op het eerste gezicht triviale marktregulering lijkt, vond dit plaats in een periode waarin de bezetter en het collaborerende bestuur de controle op de openbare ruimte en de economie (inclusief straathandel) enorm hadden verscherpt.
De "Verordening op het venten" werd vaak strikt gehandhaafd, mede omdat straathandel voor veel kwetsbare groepen, waaronder Joodse burgers die uit andere beroepen waren gezet, een laatste bron van inkomsten was. De administratieve precisie waarmee dit ene proces-verbaal wordt gerapporteerd, getuigt van de doorlopende bureaucratische controle door de Amsterdamse politie onder het gezag van de bezettingsmacht. De ondertekenaar, H. Holsbergen, was een bekende figuur binnen de Amsterdamse politieorganisatie tijdens de oorlogsjaren.