Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). 17 oktober 1942. J. Hagedoorn, Lumeystraat 23 I, Amsterdam (West). Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Nº 76/4/1 M. 1942 19/10 [linksboven]
1825 [rechtsboven]
Amsterdam 17 October 1942
Den WelEd Heer Directeur van het Marktwezen
Amsterdam. [onleesbare paraaf]
WelEd Heer,
Gaarne zou ik in aanmerking willen
komen voor een vaste standplaats gedurende de
geheele week in de Jan Evertsenstraat voor den
verkoop van Zuurwaren.-
Ik ben reeds in het bezit van een
vergunning voor een standplaats op Zaterdag
doch zou deze ook graag op de andere dagen
van de week willen hebben.-
Hopende dat UEd dit verzoek in
welwillende overweging zult willen nemen en ik
een gunstig antwoord van UEd zal mogen ontvangen
Hoogachtend
J. Hagedoorn
Lumeystraat 23 I
Amsterdam (west)
[Ambtelijke kanttekeningen links:]
Zuurwaren
en worst.
Heeft Zaterdag vaste
plaats.
Bespr met Mr v. Meurs
[Besluit onderaan:]
Afwijzen
tijdel. markt
i.v.m. bijzondere
tijdsomstandigheden
76/4/2 [paraaf] Het betreft een verzoek van een marktkoopman, J. Hagedoorn, om zijn bestaande zaterdagvergunning voor de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West uit te breiden naar een vaste standplaats voor de gehele week. Hij verkoopt "zuurwaren" (tafelzuur zoals augurken en uien) en, volgens de kantlijn, ook worst.
Het document is voorzien van diverse ambtelijke aantekeningen die het besluitvormingsproces illustreren. Er is intern overleg geweest ("Bespr met Mr v. Meurs"). Het uiteindelijke verdict is negatief: het verzoek wordt afgewezen. De motivatie hiervoor is kort genoteerd als "i.v.m. bijzondere tijdsomstandigheden". Dit duidt op de restricties en de onzekere status van de (tijdelijke) markten tijdens de bezettingsjaren. Dit document is geschreven in oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Jan Evertsenstraat was een centrale plek in de toen relatief nieuwe buurt Amsterdam-West (de huidige Baarsjes).
De term "bijzondere tijdsomstandigheden" was in ambtelijke correspondentie tijdens de oorlogsjaren een standaard eufemisme voor de beperkingen die door de bezetter of door de oorlogssituatie (zoals schaarste en distributiemaatregelen) werden opgelegd. Markthandel was in deze periode cruciaal voor de voedselvoorziening van de lokale bevolking, maar stond tegelijkertijd onder streng toezicht van zowel de gemeentelijke autoriteiten als de bezetter. De afwijzing kan te maken hebben gehad met het bevriezen van nieuwe vaste standplaatsen om de mobiliteit en controleerbaarheid van de handel in tijden van schaarste te behouden. J. Hagedoorn Marktwezen