Handgeschreven briefje/notitie op kartonachtig papier.
Origineel
Handgeschreven briefje/notitie op kartonachtig papier. R.J. Kool. Mijnheer daar ik een oproeping heb
gekregen om te werk gesteld te worden
in Duitschland vraag ik U beleefd
of ik vrij gesteld kan worden voor
betaling, maar evengoed aanspraak
kan blijven maken op mijn
wekelijkse plaats. Ik vertrek
na de Kerstdagen en hoop dat ik
U hiermede genoeg ^(te hebben) ingelicht ~~te~~
~~hebben.~~
Hoogachtend
R.J. Kool De brief is een formeel verzoek van R.J. Kool aan een niet nader genoemde instantie of persoon (mogelijk een werkgever, een marktmeester of een beheerder van een sociaal fonds).
Kernpunten:
* Arbeitseinsatz: De schrijver meldt dat hij een oproeping heeft gekregen om in Duitsland te gaan werken. Dit verwijst naar de gedwongen tewerkstelling tijdens de Duitse bezetting.
* Behoud van rechten: De schrijver vraagt om vrijstelling van een bepaalde betaling (mogelijk contributie of standgeld), maar benadrukt dat hij wel het recht ("aanspraak") wil behouden op zijn "wekelijkse plaats". Dit duidt waarschijnlijk op een vaste werkplek of standplaats op een markt die hij na zijn terugkeer weer wil kunnen innemen.
* Tijdlijn: Het vertrek staat gepland voor direct na de kerstdagen.
* Schrijfstijl: De brief is beleefd en zakelijk. In de laatste zin is een correctie zichtbaar waarbij de schrijver de woorden "te hebben" boven de regel heeft toegevoegd en onderaan heeft doorgestreept om de zinsbouw te verbeteren. Dit document is een tastbaar bewijs van de administratieve en persoonlijke rompslomp die de Arbeitseinsatz met zich meebracht voor Nederlandse burgers. Vanaf 1942 werden Nederlandse mannen op grote schaal gedwongen om in de Duitse (oorlogs)industrie te werken. Veel mannen die werden opgeroepen, probeerden hun rechtspositie of zakelijke belangen in Nederland veilig te stellen voor de periode dat zij afwezig zouden zijn. De term "Duitschland" (met -ch) was de officiële spelling tot de hervorming van 1947. De "wekelijkse plaats" suggereert dat de afzender mogelijk een marktkoopman of kleine zelfstandige was wiens inkomen afhankelijk was van een vaste standplaats. R.J. Kool
Samenvatting
De brief is een formeel verzoek van R.J. Kool aan een niet nader genoemde instantie of persoon (mogelijk een werkgever, een marktmeester of een beheerder van een sociaal fonds).
Kernpunten:
* Arbeitseinsatz: De schrijver meldt dat hij een oproeping heeft gekregen om in Duitsland te gaan werken. Dit verwijst naar de gedwongen tewerkstelling tijdens de Duitse bezetting.
* Behoud van rechten: De schrijver vraagt om vrijstelling van een bepaalde betaling (mogelijk contributie of standgeld), maar benadrukt dat hij wel het recht ("aanspraak") wil behouden op zijn "wekelijkse plaats". Dit duidt waarschijnlijk op een vaste werkplek of standplaats op een markt die hij na zijn terugkeer weer wil kunnen innemen.
* Tijdlijn: Het vertrek staat gepland voor direct na de kerstdagen.
* Schrijfstijl: De brief is beleefd en zakelijk. In de laatste zin is een correctie zichtbaar waarbij de schrijver de woorden "te hebben" boven de regel heeft toegevoegd en onderaan heeft doorgestreept om de zinsbouw te verbeteren.
Historische Context
Dit document is een tastbaar bewijs van de administratieve en persoonlijke rompslomp die de Arbeitseinsatz met zich meebracht voor Nederlandse burgers. Vanaf 1942 werden Nederlandse mannen op grote schaal gedwongen om in de Duitse (oorlogs)industrie te werken. Veel mannen die werden opgeroepen, probeerden hun rechtspositie of zakelijke belangen in Nederland veilig te stellen voor de periode dat zij afwezig zouden zijn. De term "Duitschland" (met -ch) was de officiële spelling tot de hervorming van 1947. De "wekelijkse plaats" suggereert dat de afzender mogelijk een marktkoopman of kleine zelfstandige was wiens inkomen afhankelijk was van een vaste standplaats.