Tuchtbeschikking (juridisch vonnis/besluit).
Origineel
Tuchtbeschikking (juridisch vonnis/besluit). 11 maart 1942. HEEFT GOEDGEVONDEN :
- den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van: f. 100.-- (éénhonderd gulden)
- ~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den 194 inbeslaggenomen goederen;~~
- ~~te bepalen, dat~~
De sluiting van het bedrijf van verdachte en stillegging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van zes maanden, ingaande 18 Maart 1942, en het Hoofd der Politie der gemeente Amsterdam op te dragen om de sluiting voor een ieder kenbaar te maken door aanplakking van deze maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, genoemd in art. 10 van het Prijsbeheerschingsbesluit.
Verdachte te verbieden om gedurende zes maanden als groothandelaar in groenten en fruit op te treden, eveneens ingaande 18 Maart 1942, waarop deze tuchtbeschikking niet meer voor hooger beroep vatbaar zal zijn.
Den Verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van f. 80.--, berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief voor Tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942.
Gelast openbaarmaking van deze tuchtbeschikking door middel van een persbericht;
AMSTERDAM, den 11 MAART 1942
Mr. R.E. Hattink
Toegevoegd Inspecteur.
De Inspecteur voornoemd,
[Handtekening: R.E. Hattink]
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van voormelden Inspecteur. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk :
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te ’s-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersing, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
K 1049 Dit document is een zogenaamde 'tuchtbeschikking' uit de bezettingstijd. De strafmaatregelen zijn aanzienlijk:
1. Financieel: Een boete van 100 gulden plus 80 gulden proceskosten.
2. Bedrijfseconomisch: Een gedwongen sluiting van het bedrijf voor zes maanden.
3. Beroepsverbod: De verdachte mag zes maanden lang niet werken als groothandelaar in groenten en fruit.
4. Publieke schande: De straf wordt publiekelijk bekendgemaakt via een aanplakbiljet op het pand en een persbericht.
Opvallend is de handgeschreven correctie van de ingangsdatum (18 maart). De tekst onder "BEROEP" legt uit dat beroep in dit geval mogelijk is omdat er, naast een boete onder de 500 gulden, een bijkomende straf (de sluiting) is opgelegd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er sprake van schaarste en distributie. Om woekerprijzen en de zwarte handel tegen te gaan, werd het Prijsbeheerschingsbesluit streng gehandhaafd door de 'Gemachtigde voor de Prijzen'. Overtredingen werden vaak niet via de reguliere strafrechter, maar via administratieve 'tuchtrechtspraak' afgedaan. Dit systeem was bedoeld om snel en hard op te kunnen treden tegen handelaren die zich niet aan de vastgestelde prijzen hielden. De inspecteurs hadden verregaande bevoegdheden om bedrijven onmiddellijk te sluiten, wat vaak het faillissement van de ondernemer betekende. De vermelding van "K 1049" linksonder is een identificatiecode voor het drukwerk, die destijds verplicht was voor officiële formulieren. R.E. Hattink Gemeente Amsterdam Politie