Tuchtbeschikking (juridisch vonnis/besluit).
Origineel
Tuchtbeschikking (juridisch vonnis/besluit). 11 mei 1942. HEEFT GOEDGEVONDEN :
1o. den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van: Vijfhonderd Gulden (f. 500,-);
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den -194- -inbeslaggenomen goederen ;~~
2o. ~~te bepalen, dat de sluiting van het bedrijf van verdachte en stilleg-ging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van één jaar, ingaande op 26 Mei 1942, en het Hoofd der Politie te Amsterdam op te dragen om de sluiting voor een ieder kenbaar te maken door aanplakking van deze maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, ge-noemd in artikel 10 van het Prijsbeheerschingsbesluit;~~
3o. verdachte te verbieden om gedurende den tijd van één jaar, eveneens ingaande op 26 Mei 1942 als grossier in groenten op te treden.
4o. den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van Eenhonderd en Vijf en Zeventig Gulden (f. 175,-), berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief voor Tuchtstraf-proceskosten" van 23 Januari 1942.
AMSTERDAM, den 11den Mei 194 2.
De Inspecteur voornoemd,
[Handtekening]
Mr. R. E. Hattink,
Toegevoegd Inspecteur.
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van ~~voormelden Inspecteur~~ de Inspecteur voor de Prijsbeheersching. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk :
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf ;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te 's-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd. Hk./H.
K 1049 Dit document is een officiële tuchtbeschikking uit de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een strafmaatregel tegen een niet nader genoemde "grossier in groenten" wegens overtreding van het Prijsbeheerschingsbesluit.
De opgelegde straffen zijn:
1. Een substantiële boete van 500 gulden.
2. Een beroepsverbod: de verdachte mag gedurende één jaar niet meer als groothandelaar in groenten werken.
3. Een veroordeling in de proceskosten van 175 gulden.
Opvallend zijn de doorhalingen bij punt 2o. Oorspronkelijk was het plan om het bedrijf fysiek te sluiten en te verzegelen met aanplakbiljetten, maar de inspecteur heeft besloten deze maatregel te schrappen. De nadruk van de straf ligt hierdoor op de financiële sanctie en het persoonlijke beroepsverbod. Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) was de economie in Nederland strikt gereguleerd. De Dienst van de Prijsbeheersching was in het leven geroepen om prijsopdrijving en zwarte handel tegen te gaan, aangezien goederen schaars waren door de oorlogvoering en de distributie.
Overtredingen van prijsvoorschriften (bijvoorbeeld te duur verkopen van schaarse groenten) werden niet via het reguliere strafrecht, maar via het tuchtrecht afgehandeld. Dit was sneller en effectiever voor de bezettingsautoriteiten. De genoemde datum (mei 1942) markeert een periode waarin de tekorten in Nederland nijpend werden en de controle op de voedselketen door de bezetter en de collaborerende instanties werd aangescherpt. Mr. R.E. Hattink, die het document ondertekent, was een juridisch functionaris binnen dit apparaat. E. Hattink R.E. Hattink Politie