Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 23 mei 1942. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, gezien de referentie naar de Burgemeester). Initialen linksboven: vD/B. later
vD/B.
den heer L. van Smeerdijk,
Centrale Markt C.9,
Amsterdam-West.
77/2/66 M. 23 Mei 1942.
Naar aanleiding van een brief d.d. 6 Mei j.l. door U
als eerste onderteekend, bericht ik U, dat ik geen aanleiding
kan vinden den heer Burgemeester van Amsterdam voor te stellen
ten aanzien van Uw vader, W. van Smeerdijk, uitzonderingsmaatre-
gelen te nemen.
De Directeur, De brief is een formeel, ambtelijk antwoord op een verzoek van de heer L. van Smeerdijk. Deze had op 6 mei 1942 een brief gestuurd (mogelijk een petitie, aangezien hij de "eerste onderteekenaar" was) met het verzoek om "uitzonderingsmaatregelen" voor zijn vader, W. van Smeerdijk.
De "Directeur" wijst dit verzoek resoluut af. Hij ziet geen reden om een voorstel hiertoe in te dienen bij de Burgemeester van Amsterdam. De toon is kort en bureaucratisch, wat typerend is voor de correspondentie uit die periode betreffende verzoeken om vrijstellingen of uitzonderingen. De datum van de brief, 23 mei 1942, valt in een kritieke fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam drastisch toe. Sinds 3 mei 1942 was het dragen van de Jodenster verplicht.
De term "uitzonderingsmaatregelen" in deze context duidt vrijwel zeker op een poging om een familielid te behoeden voor anti-Joodse maatregelen, zoals tewerkstelling in werkkampen of deportatie. De familie Van Smeerdijk was een Joodse familie uit Amsterdam (Wolf van Smeerdijk, geboren in 1883, was een bekende koopman op de Centrale Markt). Veel Joodse Amsterdammers probeerden via officiële weg of via invloedrijke personen "Sperren" (vrijstellingen) te verkrijgen. De afwijzing in deze brief illustreert de onverbiddelijkheid van het ambtelijk apparaat onder de bezetting.
De locatie "Centrale Markt" was een belangrijk economisch knooppunt waar veel Joodse handelaren werkzaam waren totdat zij door de bezetter uit hun functies werden gezet of gedeporteerd. L. van Smeerdijk W. van Smeerdijk
Samenvatting
De brief is een formeel, ambtelijk antwoord op een verzoek van de heer L. van Smeerdijk. Deze had op 6 mei 1942 een brief gestuurd (mogelijk een petitie, aangezien hij de "eerste onderteekenaar" was) met het verzoek om "uitzonderingsmaatregelen" voor zijn vader, W. van Smeerdijk.
De "Directeur" wijst dit verzoek resoluut af. Hij ziet geen reden om een voorstel hiertoe in te dienen bij de Burgemeester van Amsterdam. De toon is kort en bureaucratisch, wat typerend is voor de correspondentie uit die periode betreffende verzoeken om vrijstellingen of uitzonderingen.
Historische Context
De datum van de brief, 23 mei 1942, valt in een kritieke fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam drastisch toe. Sinds 3 mei 1942 was het dragen van de Jodenster verplicht.
De term "uitzonderingsmaatregelen" in deze context duidt vrijwel zeker op een poging om een familielid te behoeden voor anti-Joodse maatregelen, zoals tewerkstelling in werkkampen of deportatie. De familie Van Smeerdijk was een Joodse familie uit Amsterdam (Wolf van Smeerdijk, geboren in 1883, was een bekende koopman op de Centrale Markt). Veel Joodse Amsterdammers probeerden via officiële weg of via invloedrijke personen "Sperren" (vrijstellingen) te verkrijgen. De afwijzing in deze brief illustreert de onverbiddelijkheid van het ambtelijk apparaat onder de bezetting.
De locatie "Centrale Markt" was een belangrijk economisch knooppunt waar veel Joodse handelaren werkzaam waren totdat zij door de bezetter uit hun functies werden gezet of gedeporteerd.