Ambtsbrief (doorslag/kopie)
Origineel
Ambtsbrief (doorslag/kopie) 20 november 1942 De Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt, Amsterdam) De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam [Handgeschreven, rechtsboven:]
H. Luburgh
AVD
H. Muller
[Typoscript, rechtsboven:]
vD/HB.
[Handgeschreven, middenboven:]
Verzonden 20/11
[Typoscript, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Handgeschreven/stempel, links:]
telef. accom
via M. Reitman
[Paraaf]
[Typoscript:]
77/2/84 M. 1. 20 November 1942.
Verhuur pakhuizen
Centrale Markt.
Naar aanleiding van Uw brief d.d.13 November j.l. No.945
L.M.1942 hebben wij de eer U ingevolge Uw opdracht in bijlage
dezes een conceptbrief aan de uitgesloten grossiers over te
leggen.
Een brief, als door U bedoeld, aan de tijdelijke nieuwe
huurders lijkt ons vooralsnog overbodig, aangezien deze pakhuizen
vanzelfsprekend niet langer worden verhuurd, dan de termijn
van uitsluiting der gestrafte grossiers.
De Gemeentelijk Adviseur De Directeur,
voor Voedings- en Distri-
butieaangelegenheden,
--- * Administratieve context: De brief is een reactie op een eerdere opdracht van de Wethouder voor de Levensmiddelen (brief no. 945 L.M. 1942). Het betreft de afwikkeling van de huur van pakhuizen op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Inhoud: Er is sprake van "uitgesloten" en "gestrafte" grossiers die hun pakhuisruimte zijn kwijtgeraakt. De afzenders leggen een conceptbrief voor die naar deze uitgesloten partijen gestuurd kan worden. Tegelijkertijd adviseren zij de wethouder dat een brief aan de nieuwe (tijdelijke) huurders niet nodig is, omdat hun huurcontract automatisch eindigt wanneer de uitsluitingstermijn van de oorspronkelijke grossiers afloopt.
* Handgeschreven toevoegingen: De aantekening "telef. accom via M. Reitman" suggereert dat er telefonisch akkoord is gegeven voor de voorgestelde werkwijze via een tussenpersoon. De namen bovenin zijn waarschijnlijk parafen van ambtenaren die het stuk hebben ingezien of verwerkt.
--- Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie streng gereguleerd door de gemeente en de bezetter.
De term "gestrafte grossiers" is hierbij cruciaal. Tijdens de bezetting konden handelaren gestraft worden met uitsluiting van de markt voor overtredingen van de distributiewetten (zoals zwarthandel of prijsopdrijving). Echter, in de specifieke context van 1942 in Amsterdam, werden Joodse grossiers stelselmatig van de Centrale Markt geweerd en hun bedrijven geliquideerd of onder beheer van een 'Verwalter' gesteld. Hoewel de brief spreekt over "gestrafte grossiers", past de uitsluiting en het herverhuren van hun pakhuizen naadloos in de bredere politiek van uitsluiting en onteigening die in dit oorlogsjaar zijn dieptepunt bereikte. De brief toont de bureaucratische efficiëntie waarmee de vrijgekomen pakhuisruimte direct weer in gebruik werd genomen door anderen.