Getypte ambtelijke instructie of verslag.
Origineel
Getypte ambtelijke instructie of verslag. De Joden kunnen dan vanaf het voor hun aangewezen gedeelte van het buitenterrein buitenom het halgebouw heen, door den genoemden deur naar de kas komen om hun betalingen te verrichten. Binnen deze afscheiding kan een ruimte worden uitgespaard, waar door de combinatie Lammers-Van Zanten en wel door een Joodsch lid dezer combinatie (bv. Presser) de bonnen voor de afgifte van mosselen aan de Joodsche kleinhandelaren worden afgegeven.
De mosselen, die per wagon worden aangevoerd, komen niet aan de markt, zoodat de afgifte der balen gewoon kan plaatsvinden. De afgifte der mosselen, aangevoerd per schuit, geschiedt aan de markt. De Joden zullen dus niet aan de schuit mogen komen. De combinatie Lammers-Van Zanten zal de voor de Joden bestemde balen mosselen naar het afgescheiden gedeelte moeten transporteeren en ze daar afgeven aan de Joodsche afnemers.
Hier zij nog opgemerkt, dat de Joden vrijwel niet in mosselen handelen. De tekst beschrijft de strikte fysieke en administratieve scheiding (segregatie) die werd opgelegd aan Joodse handelaren bij de inkoop van mosselen. Er is sprake van een specifiek "aangewezen gedeelte" en een route die zij moeten volgen om bij de kas te komen, waarbij zij het hoofdgebouw ("halgebouw") grotendeels moeten mijden.
Opmerkelijk is de vermelding van de "combinatie Lammers-Van Zanten" en een Joods lid genaamd "Presser". Deze persoon fungeert blijkbaar als tussenpersoon voor de bonnenuitgifte. De logistieke regeling maakt een onderscheid tussen aanvoer per spoor en per schuit. Vooral bij aanvoer per schuit is de uitsluiting streng: Joden mogen niet op de kade/bij de markt komen; de goederen moeten door de firma naar hun afgezonderde vak worden gebracht.
De laatste zin ("Hier zij nog opgemerkt, dat de Joden vrijwel niet in mosselen handelen") geeft een inkijkje in de mentaliteit van de opsteller: de ingewikkelde segregatiemaatregelen worden tot in detail uitgewerkt, ook al betreft het een marginale groep handelaren. Dit document is een direct product van de anti-Joodse maatregelen die tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden ingevoerd. Vanaf 1941 werd de bewegingsvrijheid van Joodse burgers en ondernemers steeds verder ingeperkt door middel van verordeningen.
Dergelijke teksten illustreren de "bureaucratie van de uitsluiting". Het laat zien hoe de isolatie van de Joodse bevolking niet alleen via grote wegvoeringen plaatsvond, maar ook via alledaagse economische processen en logistieke instructies. Het document bevindt zich waarschijnlijk in een archief van een gemeentelijke marktorganisatie of een handelsvereniging uit een havenstad (zoals Amsterdam of Rotterdam), waar de handel in mosselen gereguleerd was.