Getypt memorandum / beleidsstuk.
Origineel
Getypt memorandum / beleidsstuk. Circa 1941 (gebaseerd op de inhoud en terminologie). Punten ariseering Vischmarkt.
Het aantal Joodsche koopers op de Vischmarkt beweegt zich tusschen de 30 en 40%; het juiste aantal is nog niet bekend, hiernaar wordt op de Vischmarkt een onderzoek ingesteld. Bovendien een viertal Joodsche grossiers, waarvan Wijnschenk een der grootste aanvoerders is. Totaal aantal grossiers en koopers is respectievelijk ca. 20 en ca. 750.
De vischhal en derhalve de afslag wordt verboden terrein voor de Joden; op het buitenterrein zal een afscheiding worden gemaakt door middel van een hek; ongeveer 1/3 gedeelte van het buitenterrein zal voor de Joden moeten worden bestemd (komt ongeveer overeen met hun getalssterkte) en wel het Westelijk gedeelte van het terrein. Een apart toegangshek (het meest Westelijke derhalve) geeft toegang tot dit terrein. Zie hieromtrent bijgevoegde teekening. Op dit terrein zullen dus ook de Joodsche grossiers worden geplaatst.
Verdeelingsvisch.
De zoetwatervisch, die in den afslag als "verdeelingsvisch" wordt gebracht zal in den afslag door het personeel worden toegewezen ook voor de Joden. Deze zijn hier dus niet bij aanwezig. In overleg met den Directeur der Visscherijcentrale kan het percentage, dat van de verdeelvisch voor de Joden moet worden bestemd op 20 à 25% worden gesteld. Dit % is aan den hoogen kant genomen, omdat zeer veel visch door Joodsche venters aan niet-Joodsche publiek pleegt te worden verkocht. Gevreesd moet worden, wanneer dit % lager zou worden gesteld (bijv. 10 à 13%) dat hiervan het niet-Joodsche publiek slachtoffer zou worden, doordat het niet meer van visch zou worden voorzien.
Wanneer de visch in de hal is toegewezen, kan het voor de Joden bestemde deel door het halpersoneel naar het afgescheiden gedeelte worden getransporteerd.
Vrije visch (zeevisch, garnalen).
Het gedeelte, dat op den afslag wordt afgeslagen kan alleen door niet-Joodsche kooplieden worden gekocht. De Joden zullen derhalve eenige niet-Joodsche commissionnairs moeten aanwijzen, die voor hen op den afslag hun inkoopen doen. Dit geschiedt ook op den afslag te IJmuiden.
De Joodsche grossiers kunnen hun visch op normale wijze op het buitenterrein op het voor hen gereserveerde gedeelte aan de Joodsche kleinhandelaren verkoopen.
Betaling der visch.
Er zijn 2 kassen in de hal der Vischmarkt. Eén hiervan kan speciaal voor de Joodsche betalingen worden bestemd. Ze zal dan door het maken van een houten afrastering van de hal moeten worden afgescheiden. Dan kan gebruik gemaakt worden van de deur in de hal aan de zijde van de De Ruyterkade. De afscheiding zou dan moeten loopen als op bijgaande teekening is aangegeven. Dit document is een kil en bureaucratisch verslag van de invoering van segregatiemaatregelen op de Amsterdamse Vismarkt (destijds nabij de De Ruyterkade) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste punten zijn:
- Fysieke uitsluiting: Joden krijgen een absoluut verbod om de vischhal (de afslag) te betreden. Er wordt een fysieke barrière (hek/afrastering) geplaatst op het buitenterrein om Joodse handelaren te isoleren in een apart "westelijk" vak.
- Economische beperking: Voor "vrije visch" (zoals zeevis en garnalen) mogen Joden niet zelf bieden; zij worden gedwongen gebruik te maken van niet-Joodsche tussenpersonen (commissionnairs).
- Quota-systeem: Voor schaarse "verdeelingsvisch" wordt een quotum van 20-25% voorgesteld. Opvallend is dat dit percentage niet is gebaseerd op de behoeften van de Joodse gemeenschap zelf, maar op het voorkomen van tekorten voor de niet-Joodse bevolking, aangezien Joodse venters ook aan hen leverden.
- Administratieve segregatie: Zelfs het betalingsverkeer wordt gescheiden. Een van de kassa's wordt fysiek afgehekst en krijgt een eigen ingang aan de zijde van de De Ruyterkade, zodat Joodse kopers niet in contact komen met anderen in de hal. Het document dateert waarschijnlijk uit de eerste helft van 1941. In deze periode intensiveerden de Duitse bezetter en collaborerende instanties de "Arisering" van het openbare en economische leven. Amsterdam had een zeer actieve Joodse vis- en straathandel, gecentreerd rond de Vlooienburg (Waterlooplein) en de Centrale Vismarkt.
De maatregelen die in dit document worden beschreven, maken deel uit van een bredere reeks verordeningen (zoals de 'Marktverordening' van mei 1941) die bedoeld waren om Joden volledig uit het openbare economische verkeer te duwen en hen te isoleren in "getto-achtige" handelssecties. De genoemde naam "Wijnschenk" was een bekende naam in de Joodse viswereld; de familie Wijnschenk was decennialang dominant in de haring- en visgroothandel in Amsterdam. Veel van de mensen die door deze specifieke maatregelen werden getroffen, zouden later in de oorlog worden weggevoerd en vermoord in de vernietigingskampen.