Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 24 november 1941. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (waarnemend). Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM [handgeschreven: m. i. Dir Insp.]
AFD. L.M. AMSTERDAM, 24 November 1941.
No. 1058 -1941-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
In antwoord op Uw voorstel d.d. 12 November j.l., No.46A/51/3 betreffende de ariseering van de vischmarkt, en, na bespreking in de kamer, verzoek ik U na te gaan of het mogelijk is het betaalkantoortje voor de Joden te verplaatsen naar de Westzijde, bijvoorbeeld in het met rood kruis aangegeven nevengebouw. Zoo noodig, zou dan extra personeel moeten worden aangesteld. Gaarne zal ik tevens zeer spoedig [onderstreept] van U vernemen, op hoeveel de eventueel meerdere of mindere kosten worden geraamd.
VM [geparafeerd]
[handgeschreven: 1]
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening] wnd.
Aan
den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
[Stempel/handgeschreven onderaan:]
Nº 46A/51/4 M. 1941 25/11
Model G.A. 5
2 5000-1-'40 * Administratieve segregatie: De brief illustreert de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging tijdens de bezetting. Er wordt gesproken over de "ariseering" (het ontnemen van Joods bezit of invloed) van de vismarkt.
* Ruimtelijke uitsluiting: Het voorstel om het "betaalkantoortje voor de Joden" te verplaatsen naar een nevengebouw aan de "Westzijde" getuigt van het beleid om Joodse burgers fysiek te scheiden van de rest van de bevolking, zelfs tijdens alledaagse administratieve handelingen op de markt.
* Prioriteit: De onderstreping van "zeer spoedig" duidt op de voortvarendheid waarmee het Amsterdamse stadsbestuur (onder toezicht van de bezetter) deze uitsluitingsmaatregelen wilde doorvoeren.
* Financiële verantwoording: Ondanks de ideologische aard van de maatregel, blijft de toon strikt zakelijk en ambtelijk, waarbij gevraagd wordt naar een raming van de kosten voor extra personeel. In november 1941 was de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven in Nederland in volle gang. De Gemeente Amsterdam stond in deze periode onder leiding van regeringscommissaris (burgemeester) Edward Voûte. Het democratische stadsbestuur was ontbonden en vervangen door wethouders die bereid waren mee te werken met de Duitse verordeningen.
De Centrale Markthallen en de vismarkt waren belangrijke economische knooppunten waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. De "arisering" hield in dat Joodse ondernemers hun vergunningen verloren of dat hun bedrijven onder bewind van een 'Verwalter' werden gesteld. Dit document is een direct bewijs van hoe de gemeentelijke diensten de logistieke details van deze discriminatie uitwerkten.