Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum. 13 november 1941. 13 November ’41. [Onleesbaar, mogelijk 'Aanteekening']
M. Schuitmaker overleden, pleegzoon van
S. Bakker. N.V. Fruit- & groentenhandel
S. Bakker gevestigd te B 3
N.V. Bakker heeft voor 7 maanden
vrijstelling aangevraagd.
Wil zaak verkoopen aan Firma
Gebroeders Duyvis Beverwijk, conservenfabriek
en grossierderij. Meerstraat Beverwijk.
Hiervoor is toestemming noodig van
Rijkscommissariaat welke tot nog
toe niet is verkregen.
Domicilie Mr. Baron Beverwijk.
Vraagt medewerking Gemeente
opdat Duyvis zich zal mogen vestigen
in pakhuis Bakker.
Bedoeling is dat Duyvis het
geheele aandelenkapitaal overneemt
en verder alle clientèle die in
hoofdzaak arisch is. Dit document betreft een zakelijke transactie in oorlogstijd. De kern van de notitie is de verkoop van de aandelen van de N.V. Fruit- & Groentenhandel S. Bakker aan de firma Gebroeders Duyvis uit Beverwijk.
Er worden drie belangrijke aspecten genoemd:
1. Bureaucratie: Er is toestemming nodig van het Rijkscommissariaat (het Duitse bezettingsbestuur), die op dat moment nog niet is verleend.
2. Gemeentelijke rol: Men vraagt steun van de gemeente voor de vestiging van Duyvis in het pakhuis van Bakker.
3. Ideologische context: De expliciete vermelding dat de clientèle "in hoofdzaak arisch is", is kenmerkend voor de periode. Tijdens de bezetting moesten bedrijven aantonen dat zij (en hun klantenkring) voldeden aan de racistische criteria van de nazi-ideologie om te mogen blijven voortbestaan of om transacties goedgekeurd te krijgen ("Arisering" van het bedrijfsleven). In november 1941 was de Duitse bezetting van Nederland in een fase beland waarin de beperkingen op het economisch leven steeds strenger werden. Het Rijkscommissariaat voor het bezette Nederlandsche gebied, onder leiding van Seyss-Inquart, controleerde alle belangrijke bedrijfsovernames.
Duyvis, tegenwoordig vooral bekend van de noten en zoutjes, was destijds een grote speler in de regio Beverwijk/Zaanstreek als conserven- en oliefabriek. De vermelding van "arisch" is een direct gevolg van de verordeningen die gericht waren op het uitsluiten van Joodse ondernemers en klanten uit het economische verkeer. Het document illustreert hoe de rassenwetten en de bezettingsbureaucratie doordrongen tot in lokale handelsbeslissingen.
Samenvatting
Dit document betreft een zakelijke transactie in oorlogstijd. De kern van de notitie is de verkoop van de aandelen van de N.V. Fruit- & Groentenhandel S. Bakker aan de firma Gebroeders Duyvis uit Beverwijk.
Er worden drie belangrijke aspecten genoemd:
1. Bureaucratie: Er is toestemming nodig van het Rijkscommissariaat (het Duitse bezettingsbestuur), die op dat moment nog niet is verleend.
2. Gemeentelijke rol: Men vraagt steun van de gemeente voor de vestiging van Duyvis in het pakhuis van Bakker.
3. Ideologische context: De expliciete vermelding dat de clientèle "in hoofdzaak arisch is", is kenmerkend voor de periode. Tijdens de bezetting moesten bedrijven aantonen dat zij (en hun klantenkring) voldeden aan de racistische criteria van de nazi-ideologie om te mogen blijven voortbestaan of om transacties goedgekeurd te krijgen ("Arisering" van het bedrijfsleven).
Historische Context
In november 1941 was de Duitse bezetting van Nederland in een fase beland waarin de beperkingen op het economisch leven steeds strenger werden. Het Rijkscommissariaat voor het bezette Nederlandsche gebied, onder leiding van Seyss-Inquart, controleerde alle belangrijke bedrijfsovernames.
Duyvis, tegenwoordig vooral bekend van de noten en zoutjes, was destijds een grote speler in de regio Beverwijk/Zaanstreek als conserven- en oliefabriek. De vermelding van "arisch" is een direct gevolg van de verordeningen die gericht waren op het uitsluiten van Joodse ondernemers en klanten uit het economische verkeer. Het document illustreert hoe de rassenwetten en de bezettingsbureaucratie doordrongen tot in lokale handelsbeslissingen.