Handgeschreven ambtelijke notitie/werkdocument.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/werkdocument. 3 november 1941. [Linksboven:]
3 Nov 41
[Rechtsboven:]
Sanering markten
Opening markten opstellingen W’plein
Gaaspstraat
Joubertstraat
4/11
[Midden - Sectie Joodsche markten:]
Joodsche markten [onderstreept]
vrijgekomen plaatsen W’plein ± 50 [rood: 45]
Gaaspstr ± 25 [rood: 26]
Joubertstr 2 [rood: 30]
[Midden - Sectie Weekmarkten:]
Weekmarkten [onderstreept]
Weekmarkten Amstelveld 66
Noordermarkt
+ Westerstraat ± 70
[Midden - Sectie Dagmarkten:]
Dagmarkten [onderstreept]
Dagmarkten W’plein ca 7 [rood: 10 enkele plaatsen?]
div. [?] 3 [rood: 5 (?) met bank]
Nieuwmarkt [?]
Ten Katestraat 40 à 50 ? [rood: ?] [rechts in marge: slechte markt]
Alb Cuypstr 137 [rood: 140] [rechts in marge: redelijk]
Dapperstraat ± 20 [rood: 30] [rechts in marge: slecht]
Lindengracht [rood: 60 à 70] Het document is een kwantitatief overzicht van het aantal beschikbare marktplaatsen in Amsterdam, onderverdeeld in drie categorieën: Joodse markten, weekmarkten en dagmarkten.
De tekst in rode inkt lijkt een latere correctie of een feitelijke telling die afwijkt van de ramingen in blauwe inkt. Opvallend is de vermelding van de datum "4/11" bij de opening van de markten in de Gaaspstraat en Joubertstraat. Dit suggereert een voorbereidend document voor een beleidswijziging die op die dag zou ingaan.
In de marge rechtsonder staan kwalificaties over de economische status van de markten ("slechte markt", "redelijk", "slecht"), wat duidt op een evaluatie van de levensvatbaarheid of drukte van deze locaties voor de marktmeester of de bezettende autoriteit. De datum van dit document, 3 november 1941, is historisch zeer significant. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joden stapsgewijs uit het openbare leven verbannen. In september 1941 vaardigde de Rijkscommissaris een verordening uit waarbij Joden alleen nog mochten kopen en verkopen op speciaal daarvoor aangewezen "Joodsche markten".
In Amsterdam werden hiervoor locaties aangewezen in de Joodse buurten, zoals de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) en de Joubertstraat (Transvaalbuurt), en een deel van het Waterlooplein. Dit document legt de bureaucratische uitvoering van deze segregatie vast. Terwijl de "gewone" markten (zoals de Albert Cuyp en de Dappermarkt) bleven bestaan, werden Joodse kooplieden gedwongen te verhuizen naar de aangewezen locaties, die vaak kleiner waren en een beperkter publiek trokken. De notitie over "vrijgekomen plaatsen" op het Waterlooplein (W'plein) wijst mogelijk op de herindeling van dit plein waarbij Joodse en niet-Joodse secties strikt gescheiden werden.
Samenvatting
Het document is een kwantitatief overzicht van het aantal beschikbare marktplaatsen in Amsterdam, onderverdeeld in drie categorieën: Joodse markten, weekmarkten en dagmarkten.
De tekst in rode inkt lijkt een latere correctie of een feitelijke telling die afwijkt van de ramingen in blauwe inkt. Opvallend is de vermelding van de datum "4/11" bij de opening van de markten in de Gaaspstraat en Joubertstraat. Dit suggereert een voorbereidend document voor een beleidswijziging die op die dag zou ingaan.
In de marge rechtsonder staan kwalificaties over de economische status van de markten ("slechte markt", "redelijk", "slecht"), wat duidt op een evaluatie van de levensvatbaarheid of drukte van deze locaties voor de marktmeester of de bezettende autoriteit.
Historische Context
De datum van dit document, 3 november 1941, is historisch zeer significant. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joden stapsgewijs uit het openbare leven verbannen. In september 1941 vaardigde de Rijkscommissaris een verordening uit waarbij Joden alleen nog mochten kopen en verkopen op speciaal daarvoor aangewezen "Joodsche markten".
In Amsterdam werden hiervoor locaties aangewezen in de Joodse buurten, zoals de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) en de Joubertstraat (Transvaalbuurt), en een deel van het Waterlooplein. Dit document legt de bureaucratische uitvoering van deze segregatie vast. Terwijl de "gewone" markten (zoals de Albert Cuyp en de Dappermarkt) bleven bestaan, werden Joodse kooplieden gedwongen te verhuizen naar de aangewezen locaties, die vaak kleiner waren en een beperkter publiek trokken. De notitie over "vrijgekomen plaatsen" op het Waterlooplein (W'plein) wijst mogelijk op de herindeling van dit plein waarbij Joodse en niet-Joodse secties strikt gescheiden werden.