Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 5 juni 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). 37/35/8 M. 1
[Handgeschreven paraaf in blauw: Thmuijler(?), doorgehaald met rood]
[Rond paars stempel]
5 Juni 1943.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen geworden een contract in duplo betref-
fende de pakhuisafdeeling no. 7 van pier P
op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te
willen bevorderen, dat dit contract door
den heer Burgemeester wordt geteekend. Daar-
na gelieve U het mij te doen terugzenden,
teneinde voor registratie te kunnen zorg-
dragen.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven betreffende de verhuur of het gebruik van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om zorg te dragen voor de ondertekening van een bijgevoegd contract door de Burgemeester. Na ondertekening moet het stuk retour voor de officiële registratie. De opbouw is strikt zakelijk en hoffelijk ("heb ik de eer U te doen geworden", "moge U beleefd verzoeken"). Het document dateert uit juni 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad onder het regime van de bezetter. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode van schaarste en distributie een zeer verantwoordelijke taak. In 1943 was de burgemeester van Amsterdam Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De bureaucratische gang van zaken, zoals het vastleggen van contracten voor pakhuisruimte, ging ondanks de oorlogsomstandigheden op formele wijze door. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse ambtelijke afwikkeling van zaken rondom de stedelijke infrastructuur en logistiek in oorlogstijd.
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief schrijven betreffende de verhuur of het gebruik van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om zorg te dragen voor de ondertekening van een bijgevoegd contract door de Burgemeester. Na ondertekening moet het stuk retour voor de officiële registratie. De opbouw is strikt zakelijk en hoffelijk ("heb ik de eer U te doen geworden", "moge U beleefd verzoeken").
Historische Context
Het document dateert uit juni 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad onder het regime van de bezetter. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode van schaarste en distributie een zeer verantwoordelijke taak. In 1943 was de burgemeester van Amsterdam Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De bureaucratische gang van zaken, zoals het vastleggen van contracten voor pakhuisruimte, ging ondanks de oorlogsomstandigheden op formele wijze door. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse ambtelijke afwikkeling van zaken rondom de stedelijke infrastructuur en logistiek in oorlogstijd.