Archiefdocument
Origineel
10 maart 1943 (10/3/'43) MARKTWEZEN-AMSTERDAM. Marktw.C.M. no.25.
10/3/'43. HB.
W a a r s c h u w i n g
aan den Groothandel.
Alle grossiers zijn verplicht 7½ % van hun aanvoer aan de Joodsche Commissie te leveren, uitgezonderd van die artikelen, welke door het verdeelkantoor worden aangewezen. Deze artikelen worden slechts door die grossiers geleverd, die hiervoor des morgens door één der Commissieleden worden aangewezen. Ledige emballage kan binnen den daarvoor vastgestelden tijd op vertoon van aanvoerstaat Ned.Veiling gehaald worden bij de emballage-loods der Ned.Veiling. Nogmaals wordt bij dezen met klem onder de aandacht gebracht, dat iedere grossier verplicht is volgens de bestaande voorschriften te leveren aan de Joodsche Commissie. Voor de laatste maal wordt er thans op gewezen dat bij ingebreke blijven dezerzijds strenge maatregelen zullen worden genomen.
De Directeur,
C.F.Sixma.
[Handgeschreven onderaan:]
wo en e.v.
whirs g (of vergelijkbaar paraaf) Dit document is een officiële, dwingende waarschuwing van de Amsterdamse marktautoriteit aan groothandelaren (grossiers) tijdens de Duitse bezetting. De kern van de instructie is de verplichte afdracht van 7,5% van alle aangevoerde handelswaar aan de "Joodsche Commissie".
De toon van het document is dreigend en autoritair. Het gebruik van onderstrepingen bij woorden als "Deze" en "iedere" benadrukt de onvoorwaardelijkheid van het bevel. De afsluitende zin, waarin "voor de laatste maal" wordt gewaarschuwd voor "strenge maatregelen", wijst erop dat de naleving onder grossiers waarschijnlijk te wensen overliet, mogelijk door onwil om mee te werken aan de distributie naar de Joodse gemeenschap of simpelweg door de algemene voedselschaarste. In maart 1943 was de Jodenvervolging in Nederland in een vergevorderd stadium. De Joodse bevolking van Amsterdam was grotendeels geconcentreerd in aangewezen wijken en was voor hun voedselvoorziening afhankelijk van specifieke kanalen die onder toezicht stonden van de Joodsche Raad. De "Joodsche Commissie" genoemd in dit document was verantwoordelijk voor de inkoop en distributie van levensmiddelen binnen deze beperkte kring.
Het document illustreert hoe het normale civiele overheidsapparaat (het Marktwezen) werd ingezet om de maatregelen van de bezetter uit te voeren. Hoewel de maatregel op papier lijkt te zorgen voor voedsel voor de Joodse bevolking, gebeurde dit binnen een systeem van segregatie en uitsluiting, waarbij de Joodse gemeenschap op een minimumrantsoen werd gezet terwijl de deportaties in volle gang waren. De genoemde "Ned. Veiling" (Nederlandse Veiling) was het centrale punt waar de groenten en fruit werden verhandeld en gecontroleerd.