Handgeschreven ambtelijk concept of afschrift van een brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk concept of afschrift van een brief. 9 april 1943 (genoemd als datum van ingang). [linkerbovenhoek]
onderwerp:
ontruiming hierover -
uitbetaald per l. 37 / 42 / 4
p. 11.
[rechterbovenhoek]
afsch. C bin.
[hoofdtekst]
Hiermede heb ik de eer U be-
leefd te verzoeken de huurovereenkomsten
met onderstaande grossiers, huurders van pakhuizen
der Centrale Markt, welke pakhuizen
alles door de Duitsche Weermacht zijn
gevorderd, bij besluit van den Burgemeester
met ingang van 9 April 1943, wegens
force majeure, te doen ontbinden.
De grossiers A. v. Kanten en H. v. Dijk,
hebben met ingang van bovengenoemde
datum in huur gekregen de leegstaande
pakhuizen B. 14 en B. 15. De betreffende
contracten (in duplo) doe ik U in bijlage [toekomen] Het document betreft een formeel administratief verzoek om huurovereenkomsten van grossiers op de Centrale Markt (zeer waarschijnlijk die van Amsterdam) te ontbinden. De directe aanleiding is de vordering van de betreffende pakhuizen door de Duitse Weermacht. De ontbinding wordt juridisch onderbouwd met een besluit van de Burgemeester en het beroep op "force majeure" (overmacht), wat impliceert dat de verhuurder door de bezettingsomstandigheden niet langer aan zijn leveringsplicht kan voldoen. Tegelijkertijd wordt er een oplossing geboden voor twee specifieke ondernemers, de heren A. v. Kanten en H. v. Dijk, die vervangende ruimte krijgen in de pakhuizen B. 14 en B. 15. Dit schrijven dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in hoe de Duitse bezettingsmacht diep ingreep in de lokale infrastructuur en economie door strategische locaties, zoals pakhuizen bij marktcentra, op te eisen voor militaire doeleinden. De Nederlandse bureaucreatie werd gedwongen deze vorderingen administratief te faciliteren. De genoemde "Centrale Markt" verwijst naar de Markthallen in Amsterdam-West, die gedurende de oorlog een cruciale rol speelden in de (schaarse) voedselvoorziening en regelmatig te maken kregen met vorderingen en beperkingen door de bezetter.
Samenvatting
Het document betreft een formeel administratief verzoek om huurovereenkomsten van grossiers op de Centrale Markt (zeer waarschijnlijk die van Amsterdam) te ontbinden. De directe aanleiding is de vordering van de betreffende pakhuizen door de Duitse Weermacht. De ontbinding wordt juridisch onderbouwd met een besluit van de Burgemeester en het beroep op "force majeure" (overmacht), wat impliceert dat de verhuurder door de bezettingsomstandigheden niet langer aan zijn leveringsplicht kan voldoen. Tegelijkertijd wordt er een oplossing geboden voor twee specifieke ondernemers, de heren A. v. Kanten en H. v. Dijk, die vervangende ruimte krijgen in de pakhuizen B. 14 en B. 15.
Historische Context
Dit schrijven dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in hoe de Duitse bezettingsmacht diep ingreep in de lokale infrastructuur en economie door strategische locaties, zoals pakhuizen bij marktcentra, op te eisen voor militaire doeleinden. De Nederlandse bureaucreatie werd gedwongen deze vorderingen administratief te faciliteren. De genoemde "Centrale Markt" verwijst naar de Markthallen in Amsterdam-West, die gedurende de oorlog een cruciale rol speelden in de (schaarse) voedselvoorziening en regelmatig te maken kregen met vorderingen en beperkingen door de bezetter.