Archief 745
Inventaris 745-405
Pagina 136
Dossier 6
Jaar 1943
Stadsarchief

Model/sjabloon voor een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Origineel

Model/sjabloon voor een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Arbeidsovereenkomsten
118 personeel Brandweer.

ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR BRANDMEESTERS, HOOISTEKERS EN SPUITOPPASSERS IN DIENST DER GEMEENTE AMSTERDAM (BRANDWEER), AANGENOMEN VOOR WERKZAAMHEDEN VAN BIJZONDEREN AARD.

(Vastgesteld bij de besluiten van Burgemeester en Wethouders van 11 Mei 1934, No. 635 Arb. 1934; 26 October 1934, No. 635a Arb. 1934, en 29 Mei 1936, No. 678a Arb. 1936).

Op heden den . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
is tusschen den Commandant der Brandweer te Amsterdam, handelende namens de gemeente Amsterdam als werkgever en . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . als indienstgenomene voor werkzaamheden van bijzonderen aard, aangegaan de navolgende arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, als bedoeld in artikel 134 der Ambtenarenwet-1929.

ART. 1

(1). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . verbindt zich de werkzaamheden als :
a brandmeester }
b hooisteker } in de brandwijk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,
c spuitoppasser }
welke hem door of namens den Commandant der Brandweer te Amsterdam zullen worden opgedragen, naar zijn beste vermogen te verrichten en zich daarbij te gedragen naar de voorschriften van orde en veiligheid, welke door of namens den Commandant voornoemd worden gesteld.

(2). Hij is verplicht zijn woonplaats te hebben binnen de brandwijk waarvoor hij als :
a brandmeester }
b hooisteker } bij deze wordt in dienst genomen, 1)
c spuitoppasser }
in de omgeving van de in die brandwijk geplaatste brandspuit, onder bepaling, dat van deze verplichting alléén kan worden afgeweken, indien zulks naar het oordeel van den Commandant der Brandweer in bijzondere gevallen noodzakelijk is.

(3). Hij is verplicht den arbeid persoonlijk te verrichten.

ART. 2

Het salaris wordt vastgesteld op f . . . . . . . 2) per jaar, hetwelk aan het einde van het kalenderjaar zal worden uitbetaald, met dien verstande,


1) voor b vallen de cursief gedrukte woorden uit.
2) a . . . . f 85.
b . . . . f 22.
c . . . . een salaris, te bepalen door den Commandant der Brandweer naar de grootte van het hooidistrict, waarvoor zij worden aangenomen, varieerende van f 22 tot f 128 per jaar. Dit document is een standaardcontract voor hulp- of nevenfuncties bij de Amsterdamse brandweer in de jaren '30. Enkele opvallende juridische en organisatorische aspecten zijn:

  • Rechtspositie: Hoewel het om gemeentepersoneel gaat, is de overeenkomst expliciet gesloten op basis van het "burgerlijk recht" (artikel 134 Ambtenarenwet 1929), en niet op basis van een publiekrechtelijke aanstelling. Dit gaf de gemeente meer flexibiliteit bij dit type incidentele of parttime functies.
  • Woonplicht: Er gold een strikte woonplicht binnen de specifieke "brandwijk", en voor brandmeesters en spuitoppassers zelfs specifiek in de nabijheid van de brandspuit. Dit was essentieel voor een snelle respons in een tijd waarin communicatie- en transportmiddelen nog beperkt waren.
  • Bezoldiging: De salarissen zijn zeer laag (variërend van 22 tot 85 gulden per jaar). Dit bevestigt dat het hier niet om hoofdbanen gaat, maar om een vergoeding voor waakzaamheid en incidentele inzet door burgers die in de buurt woonden.
  • Persoonlijke uitvoering: Artikel 1 lid 3 benadrukt dat het werk persoonlijk verricht moet worden; men mocht dus geen vervanger sturen. De functies in dit document werpen licht op de historische brandpreventie in een stedelijke omgeving als Amsterdam:

  • Hooistekers: In de jaren '30 was er in Amsterdam nog veel handel in hooi en stro, en stonden er nog diverse hooibergen en opslagplaatsen aan de rand van de stad. Hooi kan door bacteriële processen gaan broeien en spontaan ontbranden. Hooistekers controleerden met lange ijzeren staven ("hooi-ijzers") de temperatuur binnenin de hooimassa's om brand te voorkomen.

  • Decentralisatie: De brandweerzorg was destijds nog sterk georganiseerd rondom "brandwijken" met eigen hand- of stoomspuiten die in die wijken gestald stonden. Lokale bewoners (zoals de spuitoppasser) waren verantwoordelijk voor het onderhoud en de paraatheid van dit materieel.
  • Tijdsgeest: De data (1934-1936) vallen midden in de crisisjaren. Voor veel Amsterdammers was een kleine jaarlijkse vergoeding van de gemeente voor dergelijke nevendaken een welkome aanvulling op het inkomen.

Samenvatting

Dit document is een standaardcontract voor hulp- of nevenfuncties bij de Amsterdamse brandweer in de jaren '30. Enkele opvallende juridische en organisatorische aspecten zijn:

  • Rechtspositie: Hoewel het om gemeentepersoneel gaat, is de overeenkomst expliciet gesloten op basis van het "burgerlijk recht" (artikel 134 Ambtenarenwet 1929), en niet op basis van een publiekrechtelijke aanstelling. Dit gaf de gemeente meer flexibiliteit bij dit type incidentele of parttime functies.
  • Woonplicht: Er gold een strikte woonplicht binnen de specifieke "brandwijk", en voor brandmeesters en spuitoppassers zelfs specifiek in de nabijheid van de brandspuit. Dit was essentieel voor een snelle respons in een tijd waarin communicatie- en transportmiddelen nog beperkt waren.
  • Bezoldiging: De salarissen zijn zeer laag (variërend van 22 tot 85 gulden per jaar). Dit bevestigt dat het hier niet om hoofdbanen gaat, maar om een vergoeding voor waakzaamheid en incidentele inzet door burgers die in de buurt woonden.
  • Persoonlijke uitvoering: Artikel 1 lid 3 benadrukt dat het werk persoonlijk verricht moet worden; men mocht dus geen vervanger sturen.

Historische Context

De functies in dit document werpen licht op de historische brandpreventie in een stedelijke omgeving als Amsterdam:

  • Hooistekers: In de jaren '30 was er in Amsterdam nog veel handel in hooi en stro, en stonden er nog diverse hooibergen en opslagplaatsen aan de rand van de stad. Hooi kan door bacteriële processen gaan broeien en spontaan ontbranden. Hooistekers controleerden met lange ijzeren staven ("hooi-ijzers") de temperatuur binnenin de hooimassa's om brand te voorkomen.
  • Decentralisatie: De brandweerzorg was destijds nog sterk georganiseerd rondom "brandwijken" met eigen hand- of stoomspuiten die in die wijken gestald stonden. Lokale bewoners (zoals de spuitoppasser) waren verantwoordelijk voor het onderhoud en de paraatheid van dit materieel.
  • Tijdsgeest: De data (1934-1936) vallen midden in de crisisjaren. Voor veel Amsterdammers was een kleine jaarlijkse vergoeding van de gemeente voor dergelijke nevendaken een welkome aanvulling op het inkomen.

Kooplieden in dit dossier 36

Alg. Verbond v. Volkstuinvereenigingen C 3 X
B. den Haas quit. 1870
Bieten (gekookt) *35, =*
Bieten (gekookt) 58.75
T.H. Roelofs *4290, =*
T.H. Roelofs 1359. =
C. Dikstaal quit. 1875
Fa. J. de Geus en Co's A 10 X
Gereserveerd bedrag voor onderhoud transportmateriaal voor vervoer naar koelhuis (Telefonische prijsopgave)
G. v. d. Wal quit. 1876.
H. van Dijk B 1 X
J.C. Cramer C 4 X
E. Kool *1900, =*
E. Kool 540. =
Koolkratten voor opslag kool
L.H. Buys [bijbehorend bij H 23 X]
N. Brink H 23 X
No. 2 Zeeuwsche Bonten en blauwen -
No. 3 Zand- en gelijkgestelde soorten 6,5
No. 4 Tusschensoorten (Klei) 5
N.V. Keizer's Fruithandel plaats H 5 X
Alle 36 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5