Archiefdocument
Origineel
13 april 1943 Onbekend, mogelijk een inspecteur of afdelingshoofd (handtekening lijkt op H. Heineman). De Directeur ("M. de Directeur"). (Tekst in zwarte inkt)
M. de Directeur
Gebrek aan transportmiddelen en de
verplichting tot spoedig lossen van de wagons
zijn oorzaak geweest, dat na overleg met U is
toegestaan dat de grove goederen en emballage
op niet in gebruik zijnde plekken mochten neerzetten.
Hieronder vallen ook de verkoopplaatsen van
de pakhuizen voor "gesloten" genomen.
A'dam 13 April 1943
[Handtekening]
(Tekst in rode inkt onderaan)
Z.O.Z.
Plaats van Jan Schoonh. Moest dus betalen. Heeft
geen verzoek om ontheffing gedaan. ?
Plaats is niet tegen vergoeding aan ander in gebruik
gegeven en ook niet volgens zijn bestemming als verkoopruimte
gebruikt. Zie verder boven. De kern van deze notitie betreft de logistieke druk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege een tekort aan transportmiddelen en de strikte eis om spoorwagons zo snel mogelijk te legen (om het spoorwegnet vrij te houden voor militair en civiel transport), was er een gebrek aan reguliere opslagruimte. In overleg met de directeur werd toegestaan om "grove goederen" (bulkgoederen) en "emballage" (leeggoed) tijdelijk op onconventionele plekken op te slaan, waaronder in verkoopruimtes van pakhuizen die op dat moment niet voor publiek geopend waren.
De rode kanttekening lijkt een administratieve controle of een reactie van een andere functionaris. Er wordt verwezen naar een specifiek geval (Jan Schoonh.) die blijkbaar huur of belasting moest betalen voor een ruimte. De scribent in rood merkt op dat de ruimte niet conform de officiële bestemming (verkoopruimte) werd gebruikt en ook niet werd onderverhuurd, maar dat er desondanks geen ontheffing was aangevraagd. Het document dateert van april 1943, een periode waarin de schaarste aan brandstof en vorderingen van vrachtwagens door de bezetter zorgden voor grote problemen in de distributieketen. De Nederlandse Spoorwegen (NS) stonden onder grote druk om wagons zo efficiënt mogelijk te gebruiken, wat leidde tot de "verplichting tot spoedig lossen". Bedrijven in Amsterdam moesten hierdoor creatief omgaan met hun beschikbare vierkante meters, wat vaak leidde tot administratieve onduidelijkheid over het gebruik en de bijbehorende belastingen of vergoedingen van die ruimtes. H. Heineman M. de Directeur Z.O.Z.
Samenvatting
De kern van deze notitie betreft de logistieke druk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege een tekort aan transportmiddelen en de strikte eis om spoorwagons zo snel mogelijk te legen (om het spoorwegnet vrij te houden voor militair en civiel transport), was er een gebrek aan reguliere opslagruimte. In overleg met de directeur werd toegestaan om "grove goederen" (bulkgoederen) en "emballage" (leeggoed) tijdelijk op onconventionele plekken op te slaan, waaronder in verkoopruimtes van pakhuizen die op dat moment niet voor publiek geopend waren.
De rode kanttekening lijkt een administratieve controle of een reactie van een andere functionaris. Er wordt verwezen naar een specifiek geval (Jan Schoonh.) die blijkbaar huur of belasting moest betalen voor een ruimte. De scribent in rood merkt op dat de ruimte niet conform de officiële bestemming (verkoopruimte) werd gebruikt en ook niet werd onderverhuurd, maar dat er desondanks geen ontheffing was aangevraagd.
Historische Context
Het document dateert van april 1943, een periode waarin de schaarste aan brandstof en vorderingen van vrachtwagens door de bezetter zorgden voor grote problemen in de distributieketen. De Nederlandse Spoorwegen (NS) stonden onder grote druk om wagons zo efficiënt mogelijk te gebruiken, wat leidde tot de "verplichting tot spoedig lossen". Bedrijven in Amsterdam moesten hierdoor creatief omgaan met hun beschikbare vierkante meters, wat vaak leidde tot administratieve onduidelijkheid over het gebruik en de bijbehorende belastingen of vergoedingen van die ruimtes.