Brief (kopie/doorslag).
Origineel
Brief (kopie/doorslag). 14 mei 1943 (verwijzend naar een brief van 21 maart 1943). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de Gemeente Amsterdam (J.L. Strak). No. 37/12/3 M. 1943
Aan
den heer H.T. Papavoine,
Elandsstraat 121,
A_L_H_I_E_R (C).
L&M. 248 21-3-'43 14 Mei 1943.
-1943-
plaatsen Centrale Markt.
In antwoord op Uw schrijven van 21 Maart j.l. bericht ik U, dat er geen sprake van is, dat de door U gehuurde plaatsen, nu U geen toegang tot de Centrale Markt hebt, door een andere firma zijn bezet. Met het oog op het gebrek aan transportmiddelen en de verplichting tot het spoedig lossen der wagons, is het, gelijk U bekend is, aan de grossiers op de Centrale Markt toegestaan tijdelijk goederen en emballage op niet in gebruik zijnde plaatsen neer te zetten. Dit kan dus ook gebeurd zijn met de indertijd door U bezette plaats. Als verkoopplaatsen zijn deze plaatsen echter nimmer uitgegeven, zulks in tegenstelling met de pakhuizen van grossiers, wier zaken gesloten zijn.
De in Uw voornoemd schrijven vervatte klacht is dan ook ongegrond.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) J.L. Strak
(Rechtsboven handgeschreven notities, deels onleesbaar: "Markten", "m/vw", "th [..]", "bedr [..]") Het document is een formeel antwoord van het Amsterdamse gemeentebestuur op een klacht van de heer H.T. Papavoine. Papavoine had blijkbaar geklaagd dat zijn gehuurde standplaatsen op de Centrale Markt door anderen in gebruik waren genomen nadat hem de toegang tot de markt was ontzegd.
Wethouder Strak wijst de klacht resoluut af ("ongegrond"). Hij stelt dat er geen sprake is van officiële heruitgifte van de plekken aan andere firma's, maar dat grossiers vanwege logistieke problemen (gebrek aan transport en de noodzaak wagons snel te legen) tijdelijk goederen en emballage op ongebruikte plekken mogen stallen. De brief hanteert een strikt zakelijke, bijna kille bureaucratische toon. De datum van de brief (14 mei 1943) is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De zinsnede "nu U geen toegang tot de Centrale Markt hebt" duidt zeer waarschijnlijk op de uitsluiting van Joodse handelaren. De familie Papavoine was een bekende Joodse familie in de Amsterdamse vishandel.
Gedurende de bezetting werden Joden stelselmatig uit het economische leven geweerd; hun vergunningen werden ingetrokken en hun bezittingen vaak geconfisqueerd of onder beheer gesteld. Wethouder J.L. Strak was een NSB-wethouder die door de bezetter was aangesteld. Deze brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie de uitsluiting van Joodse burgers faciliteerde en hun klachten hierover met technische argumenten (oorlogslogistiek) terzijde schoof. De heer Papavoine probeerde hier blijkbaar nog op juridische/zakelijke gronden zijn recht te halen in een systeem dat hem reeds vogelvrij had verklaard.