Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 23 februari 1943. Onbekende ondertekenaars (vertegenwoordigers van de Gemeente). (Handgeschreven linksboven: Verzonden 23/2)
(Handgeschreven middenboven: Antw. Dienst Van meneer Strijburgh)
VD/HB.
37/16/4 N.
23 Februari 1943.
Voorraadvorming van
stapelgroenten voor den winter
1942 - 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat zij, nadat van den heer Valstar, Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw en van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale mededeeling aan de Burgemeesters van onderscheidene gemeenten was gedaan, dat ook dit jaar weder tot vorming van een reservevoorraad groenten in de steden zou worden overgegaan, evenals de twee vorige oorlogsjaren, met vertegenwoordigers van den groothandel in groenten overleg hebben gepleegd omtrent de uitvoering van een en ander, ten einde, indien in principe tot overeenstemming zou worden gekomen, te geraken tot het opstellen van een concept-contract, dat U dan ter goedkeuring zou worden voorgelegd.
In tegenstelling met de beide vorige jaren, toen de onderhandelingen in betrekkelijk korten tijd waren geëindigd, is daarmede thans geruimen tijd gemoeid geweest, in verband met het feit, dat wij, als vertegenwoordigers voor de Gemeente, op een anderen grondslag de onderhandelingen hebben gevoerd, als dit in de vorige jaren was geschied. Ter verklaring hiervan mogen wij het volgende onder Uw aandacht brengen.
Terwijl het in het eerste jaar slechts ging om het aanleggen van een voorraad van 25 wagons groenten, bestemd om te worden gebruikt tijdens een eventueele vorstperiode en den vorigen winter om een hoeveelheid van 75 wagons, moesten thans ten minste 400 wagons groenten worden opgeslagen voor een periode, die belangrijk uitgebreider was dan in vorige jaren.
Met het oog op het transportvraagstuk, dat steeds meer nijpend wordt en bepaalde door de Duitsche Autoriteiten uitgesproken wenschen ging het thans niet om den opslag van een betrekkelijk geringe hoeveelheid groenten gedurende een eventueele vorstperiode, doch om een opslag, welke moest dienen voor aanzienlijk langere consumptie-periode. Als gevolg hiervan zijn de onderhandelingen gevoerd over een opslag van ten minste 400 wagons of ruim 4.000.000 kg. groenten, welke hoeveelheid zoo noodig tot 8.000.000 kg. zou worden uitgebreid. Hierbij zij direct opgemerkt, dat als gevolg van de zeer zachte weersomstandigheden niet meer dan ruim 400 wagons zijn opgeslagen.
--- * Kernboodschap: De brief informeert de Wethouder over de moeizame onderhandelingen met de groothandel over de aanleg van een grootschalige wintervoorraad "stapelgroenten" (zoals kool, wortelen en uien).
* Schaalvergroting: De omvang van de reserve is in drie jaar tijd geëscaleerd van 25 wagons (ca. 250.000 kg) naar minimaal 400 wagons (4.000.000 kg), met een optie tot verdubbeling.
* Problematiek: De reden voor deze enorme toename is tweeledig: de verslechterende transportsituatie en de directe bemoeienis/eisen van de Duitse bezetter. De voorraad is niet langer bedoeld als overbrugging voor enkel vorstperiodes, maar als structurele voedselvoorziening voor een langere tijd.
* Resultaat: Ondanks de planning voor een mogelijke 8 miljoen kilo, bleef de teller steken op ruim 4 miljoen kilo, wat door de schrijvers wordt toegeschreven aan het zachte weer (waardoor de noodzaak voor extra opslag wellicht minder acuut was of de oogst/logistiek beïnvloed werd).
--- Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (februari 1943). Nederland was in deze periode onderworpen aan een streng distributiesysteem. De "Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw", de heer Valstar (die overigens later door de bezetter werd ontslagen), speelde een centrale rol in de voedselvoorziening.
De brief illustreert de toenemende schaarste en de logistieke verlamming in bezet Nederland. Het transportvraagstuk waarover gesproken wordt, had vaak te maken met de vordering van rollend materieel (treinwagons) en brandstof door de Wehrmacht. De steden werden steeds afhankelijker van grote centrale voorraden omdat de dagelijkse aanvoer vanuit het platteland niet langer gegarandeerd kon worden. De vermelding van de "Duitsche Autoriteiten" benadrukt hoe de lokale voedselpolitiek direct ondergeschikt was aan de orders van de bezetter.