Archiefdocument
Origineel
27 augustus 1943 No. 37/16/13 am. 1943 31/8 [handgeschreven]
No 17 L.M. (A.T.D.) 1943 [handgeschreven]
[Handgeschreven paraaf/stempel], Markt [handgeschreven]
27 Augustus 1943.
Bij kantstempelafdruk d.d. 16 Augustus 1943 deed U mij om advies toekomen een brief van den Directeur van het Marktwezen d.d. 10 Augustus 1943, No. 37/16/13 M, onderwerp winteropslag 1942-43, behelzende een verzoek aan U, om bij Uw ambtgenoot voor de Financiën advies te willen inwinnen, op welke wijze de kosten, verbonden aan den opslag van stapelgroenten gedurende den winter 1942/43 in het koelhuis op de Centrale Markt, door zijn dienst moeten worden gedeclareerd.
Terecht wijst de directeur in zijn hierbovenvermeld schrijven er op, dat deze opslag - die door een combinatie van grossiers ter Centrale Markt volgens een gesloten overeenkomst met het Gemeentebestuur is verzorgd - een bijzondere gemeentelijke maatregel was ter verzekering van de voedselvoorziening van de stad. Het wil mij daarom voorkomen, dat de vraag of er een tarief moet worden geheven en zoo ja welk en door wie dit betaald moet worden, vanuit dit gezichtspunt moet worden bezien.
De eenvoudigste en feitelijk voor de hand liggende weg zou zijn, dat er geen tarief voor dezen bijzonderen opslag in rekening wordt gebracht. De Gemeente betaalt hier aan zichzelf; het is een kwestie van broekzak-vestzak. Evenwel kan hier niet worden voorbijgegaan de bepaling in art. 5 der overeenkomst tusschen de Gemeente en de N.V. Nederlandsche Veiling, waarin deze vennootschap een vergoeding ontvangt van 15% van de bruto-opbrengsten voor de commercieele en administratieve diensten, welke zij bij de exploitatie van het koelhuis verricht. Er zal dus, hoe dan ook, wel een tarief of een bepaald bedrag voor dezen opslag moeten worden vastgesteld, wil men geen gegronde bezwaren van die zijde oproepen.
De vraag is of het gewone tarief moet worden geheven. De Directeur van het Marktwezen heeft met de karakteriseering van dezen opslag, n.l. dat hij er een is van bijzonderen aard, daarop feitelijk reeds zelf een ontkennend antwoord gegeven. Het bevreemdende is evenwel, dat hij blijkbaar geen gebruik heeft gemaakt van het middel, dat hem ter beschikking is gesteld om dit tot uitdrukking te brengen door gebruik te maken van art. VI van de "Regeling ingevolge artikel 40 van het Reglement voor het koelhuis op de Centrale Markt, houdende de tarieven voor de bewaargeving van goederen in dat koelhuis".
Artikel VI luidt:
"De Directeur van het Marktwezen is gerechtigd in bijzondere gevallen, wanneer groote hoeveelheden van bepaalde goederen ter bewaring in de koelruimte worden aangeboden, of om andere gewichtige redenen te zijner beoordeeling, afwijkking [sic] van de in dit besluit gestelde tarieven toe te staan.
De in het eerste lid genoemde directeur is gehouden van elke afwijking, zooals in dat lid bedoeld, schriftelijk kennis te geven aan den Wethouder onder wien zijn Dienst ressorteert."
den heer Wethouder voor de levensmiddelen, wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen.
--- Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor Levensmiddelen over een administratief-financieel probleem. Tijdens de winter van 1942-1943 heeft de gemeente grote hoeveelheden "stapelgroenten" (zoals aardappelen en kool) opgeslagen in het koelhuis van de Centrale Markt om de voedselvoorziening van de stad te garanderen.
Het probleem is de facturatie. Omdat het een gemeentelijke noodmaatregel betrof, lijkt het onzinnig om een tarief te rekenen (de gemeente zou immers aan zichzelf betalen). Er is echter een complicatie: de N.V. Nederlandsche Veiling, een private partner die de exploitatie van het koelhuis beheert, heeft recht op een provisie van 15% van de bruto-inkomsten. Als de gemeente geen tarief rekent, loopt dit bedrijf inkomsten mis, wat tot contractuele problemen kan leiden.
De adviseur stelt voor om niet het standaardtarief te rekenen, maar gebruik te maken van "Artikel VI" van het reglement. Dit artikel geeft de Directeur van het Marktwezen de bevoegdheid om in bijzondere gevallen (zoals grote hoeveelheden of gewichtige redenen) af te wijken van de normale tarieven, mits de wethouder hiervan schriftelijk op de hoogte wordt gesteld. Hiermee wordt zowel de bureaucratische als de contractuele hindernis omzeild.
--- Het document dateert van augustus 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was in deze periode een kritieke prioriteit voor het gemeentebestuur vanwege de toenemende schaarste en distributiemaatregelen.
De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie bleef functioneren onder de bezetting. Ondanks de oorlogstijd en de noodtoestand, hield men vast aan strikte contractuele verplichtingen met private partijen (zoals de N.V. Nederlandsche Veiling) en reglementaire procedures. De term "stapelgroenten" verwijst naar groenten die langdurig bewaard kunnen worden, essentieel voor het overleven van de stedelijke bevolking tijdens de wintermaanden wanneer de aanvoer stokte. Het document toont de spanning aan tussen praktische noodmaatregelen (grootschalige opslag voor de stad) en de starre financiële administratie van een gemeente in oorlogstijd.