Ambtelijk advies / Brief (Pagina 2 van een meerdelig stuk).
Origineel
Ambtelijk advies / Brief (Pagina 2 van een meerdelig stuk). F. van Meurs, Gemeentelijk Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden. -2-
Naar mijn oordeel is er geen geval denkbaar, waarop dit artikel meer van toepassing kan worden geacht te zijn dan het onderhavige. De hoeveelheid van den opslag kan groot worden genoemd; zij heeft rond 80% van het koelhuis in beslag genomen. De overige 20% werd door de Centrale Voedselvoorziening in gebruik genomen. De duur van den opslag heeft zich uitgestrekt over den tijd van een half jaar. Daar er voor de N.V. Nederlandsche Veiling uit dezen opslag geen extra, doch veeleer een geringer hoeveelheid werkzaamheden voortvloeide, is er alle aanleiding hier geen 15% uit te keeren van het gewone tarief. Dit klemt nog te meer, indien er op wordt gelet, dat over de laatste jaren gedurende hetzelfde tijdvak van het jaar, het koelhuis belangrijk minder opbracht dan f 33.000, waarvoor de directeur een pro forma factuur heeft laten maken.
Indien een tarief of bedrag zou worden vastgesteld, dan ware zeker op de gemiddelde opbrengst over de laatste jaren over hetzelfde tijdvak van het jaar te letten.
Een verdere vraag is, of aan den Dienst van het Marktwezen, via de exploitante van het koelhuis, het bedrag na aftrek van de hierbedoelde 15%, dat als vergoeding voor den opslag wordt vastgesteld, dient te worden uitgekeerd. Formeel-administratief is het waarschijnlijk wel de meest juiste werkwijze; materieel komt het er voor de Gemeente niet op aan, omdat zij hier aan zichzelf betaalt.
Indien aan de eerstgenoemde methode de voorkeur wordt gegeven, dan zal het gewenscht zijn, dat uit het bijzondere krediet ad f 55.000, beschikbaar gesteld bij besluit van 12 December 1941, No. 465, wordt geput.
Ik moge U adviseeren een en ander ter verdere behandeling aan Uw ambtgenoot voor de Financiën te doen toekomen.
VM
De Gemeentelijke Adviseur voor
de Voedings- en Distributieaangelegenheden,
(get.) F. VAN MEURS Dit document betreft een zakelijk advies over een financiële kwestie rondom de exploitatie van een koelhuis tijdens de bezettingsjaren. De kern van het geschil is de hoogte van de vergoeding voor de N.V. Nederlandsche Veiling. Omdat de opslag door de Centrale Voedselvoorziening (CVV) juist zorgde voor minder werk dan reguliere commerciële exploitatie, adviseert Van Meurs om een gebruikelijk tarief van 15% in te houden.
Interessant is de opmerking dat de gemeente "aan zichzelf betaalt", wat duidt op een verwevenheid tussen de gemeentelijke diensten (zoals de Dienst van het Marktwezen) en de exploitatie van de infrastructuur. Er wordt expliciet verwezen naar een krediet van 55.000 gulden dat eind 1941 is vrijgemaakt, wat de datering van dit stuk in de winter van 1941 of het voorjaar van 1942 plaatst. Het document moet worden gezien in het licht van de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Voedselvoorziening (CVV) was een overheidsorgaan dat belast was met het beheer van schaarse middelen en de distributie van voedsel. Koelhuizen waren in deze periode van strategisch belang om voorraden (zoals boter, vlees of fruit) over langere periodes te conserveren voor de rantsoenering.
De genoemde F. van Meurs was een functionaris die adviseerde over de logistieke en financiële aspecten van deze distributie op lokaal (gemeentelijk) niveau. De bureaucratische toon van het document laat zien dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, de financiële administratie en de verantwoording van publieke gelden (zoals het krediet van f 55.000) volgens strikte regels bleven verlopen.