Handgeschreven rapport/ambtelijke melding.
Origineel
Handgeschreven rapport/ambtelijke melding. 8 december 1943. [Linksboven, stempel/geschreven:]
No. 37/132/1 M. 1943 15/12
[Rechtsboven:]
Amsterdam 8 Dec. 1943.
[Midden:]
Rapport
Heden avond te 20 uur werd door mij geconstateerd
dat men bij de Firma Eichel-Hall het
licht had laten branden. Na de Heer Steenhuis
te hebben opgebeld is het door mij met een
sleutel van Kamer 70 uitgedraaid.
[Linksonder:]
Aan de Heer
Bedrijfschef
[Midden, rode aantekening:]
Jan [?]
[Midden, potloodaantekening:]
waarschuwing
als Bros 10/12-43
516 [?]
[Rechtsonder:]
A. d.a. 8 Dec 1943.
De cont. [controleur?]
[Signatuur: J.A. Ruberma]
[Onderaan in paarse inkt:]
Model
37/132/2
[Helemaal linksonder in de hoek:]
127/2 Dit document is een kort zakelijk rapport over een overtreding van de verduisteringsvoorschriften tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 8 december 1943 om 20:00 uur stelt een controleur (vermoedelijk J.A. Ruberma) vast dat er nog licht brandt in de lokalen van de Firma Eichel-Hall.
De procedure die gevolgd wordt, is efficiënt: er wordt telefonisch contact gezocht met een verantwoordelijke (de heer Steenhuis), waarna de rapporteur zelf met een sleutel van een aangrenzende kamer (Kamer 70) het pand betreedt om het licht uit te doen.
De verschillende krabbels en stempels duiden op de administratieve verwerking. Er is op 10 december 1943 een "waarschuwing" genoteerd, wat suggereert dat dit de officiële sanctie was voor deze eerste of kleine overtreding. Het gebruik van dossiernummers wijst erop dat dit document deel uitmaakte van een groter archief van een beveiligingsdienst, de gemeente of een bedrijfsinterne ordedienst. Het document dateert uit december 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De "verduistering" was een van de meest ingrijpende dagelijkse maatregelen voor de burgerbevolking. Vanaf het begin van de bezetting was het verplicht om ramen zo af te dekken dat er ’s avonds en ’s nachts geen straaltje licht naar buiten kwam. Dit was bedoeld om geallieerde piloten te belemmeren bij het navigeren en het vinden van hun doelen.
De handhaving van deze regels was streng. Licht dat naar buiten schenp, kon leiden tot hoge boetes of zelfs arrestatie. In dit specifieke geval lijkt het te gaan om een kantoorpand of fabriek in Amsterdam waar de controleurs (vaak van de Luchtbeschermingsdienst of een bedrijfsbewakingsdienst) scherp toezagen op naleving. De zakelijke en droge toon van het rapport illustreert de bureaucratische manier waarop de bezetting en de bijbehorende veiligheidsmaatregelen in het dagelijks leven waren geïntegreerd. J.A. Ruberma