Officieel financieel overzicht / maandelijkse opgave.
Origineel
Officieel financieel overzicht / maandelijkse opgave. 17 februari 1943. [Handgeschreven in rood potlood, bovenaan:]
Verzonden 17/2 HMueller
[Getypt, rechtsboven:]
SV
[Getypt, adreskop:]
het Gemeentelijk Bureau voor de
statistiek
Oude Zijds Achterburgwal 231
Amsterdam-Centrum
wijk 3
[Getypt, links en rechts:]
[Handgeschreven 'a']
41/1/2 M. 17 Februari 1943.
[Handgeschreven '41/1/1 a']
[Getypt, gecentreerd en onderstreept:]
ONTVANGEN MARKTGELDEN JANUARI 1943.
[Getypt overzicht:]
Dagmarkten: f. 7.414,60
Weekmarkten: " 371,55
Boom-en Bloemmarkt: " 314,50
Brandstoffenmarkt: " 8.662,76
Standplaatsvergunningen en
kraamgeld: " 1.432,20
Ventgelden: " 48.---
Diversenontvangsten: " 20,25
Totaal: f. 18.263,86
==========
De Directeur, * Inhoud: Het document betreft een gedetailleerde boekhoudkundige verantwoording van inkomsten uit diverse publieke handelsactiviteiten in Amsterdam. Opvallend is dat de 'Brandstoffenmarkt' met ruim 8.662 gulden de grootste inkomstenbron is, nog meer dan de reguliere dagmarkten. Dit weerspiegelt mogelijk de schaarste en het belang van brandstofhandel (zoals kolen en hout) tijdens de oorlogsjaren.
* Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 17/2" samen met de naam "HMueller" (mogelijk een ambtenaar belast met de administratie) duidt op de interne verwerking van het document. De handgeschreven dossiernummers wijzen op een zorgvuldige archivering.
* Vorm: Het document is opgesteld in de zakelijke, hiërarchische stijl die kenmerkend was voor het Amsterdamse gemeentebestuur in het midden van de 20e eeuw. * Historische periode: Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie en de toenemende schaarste bleef het gemeentelijk apparaat functioneren en werden nauwgezette statistieken bijgehouden.
* Economie in oorlogstijd: De markten waren essentieel voor de voedsel- en goederenvoorziening van de bevolking, hoewel veel producten toen al op de bon waren. Het feit dat er 'ventgelden' (vergoedingen voor straathandel) en inkomsten uit de brandstoffenmarkt worden vermeld, geeft een inkijkje in de dagelijkse economische realiteit van de Amsterdammers in 1943.
* Locatie: Het Bureau voor de Statistiek was destijds gevestigd in de binnenstad, vlakbij het stadhuis (toen aan de Oudezijds Voorburgwal), wat de centrale rol van deze administratie in het stadsbestuur onderstreept.