Financieel overzicht / Kwitantieoverzicht
Origineel
Financieel overzicht / Kwitantieoverzicht 14 oktober 1943 [Handgeschreven parraaf/krabbel in de bovenmarge]
SV
41/1/9 M.
14 October 1943.
Het Gemeentelijk Bureau
voor de Statistiek,
O.Z.Achterburgwal 251,
Amsterdam-Centrum. wijk 3
====================
ONTVANGEN MARKTGELDEN SEPTEMBER 1943.
Dagmarkten: f. 4.393,05
Weekmarkten: " 347,45
Boom- enBloemmarkt: " 76,35
Brandstoffenmarkt: " 740,71
Standplaatsvergunningen: " 132,69
Kramengeld: " 251,24
Ventgelden: " 268.--
Diverse ontvangsten: "_ 2.134,27
f. 8.343,76
==========
De Directeur,
[Stempel/Paraaf 'G'] Het document is een getypte financiële verantwoording van de marktinkomsten van de gemeente Amsterdam over de maand september 1943. De bedragen zijn uitgedrukt in Nederlandse guldens (f.).
Opvallend is de gedetailleerde uitsplitsing van de inkomstenbronnen:
1. Dagmarkten: De grootste inkomstenpost (f. 4.393,05).
2. Brandstoffenmarkt: Met f. 740,71 een aanzienlijke post, wat duidt op de handel in schaarse goederen zoals turf of hout.
3. Ventgelden: Vergoedingen voor straathandel buiten de vaste markten.
4. Diverse ontvangsten: Een relatief hoog bedrag (f. 2.134,27), wat mogelijk extra heffingen of achterstallige betalingen betrof.
Het document bevat typische administratieve kenmerken van die tijd, zoals het gebruik van aanhalingstekens (") als herhalingsteken voor de munteenheid en een dubbele onderstreping voor het eindtotaal. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In oktober 1943 was de schaarste in Nederland alomtegenwoordig; veel goederen waren op de bon. De overheid hield echter strikt toezicht op de resterende economische activiteit en de bijbehorende belasting- en legesinkomsten.
Het feit dat er een specifieke post is voor de "Brandstoffenmarkt" is historisch relevant. In de oorlogsjaren was brandstof (kolen, hout) uiterst schaars en strikt gerantsoeneerd. De markt was een van de plekken waar legale handel onder toezicht van de statistiek en de fiscus plaatsvond.
Het adres, O.Z. Achterburgwal 251, herbergde destijds inderdaad gemeentelijke instanties in het hart van de oude stad. Het document geeft een inkijkje in de voortzetting van de gemeentelijke bureaucratie onder bezettingsomstandigheden.