Dienstmededeling/Besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstmededeling/Besluit van de Gemeente Amsterdam. 3 februari 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). GEMEENTE AMSTERDAM
No. 494 i Arb. 1942 Amsterdam, 3 Februari 1943
Onderwerp:
Het verrichten van
nevenwerkzaamheden door
overheidspersoneel
[Handgeschreven aantekeningen in rood en blauw potlood bovenaan de tekst]
Hierdoor breng ik te Uwer kennis, dat ik bij mijn besluiten van 24 December 1942, Nos 494e en 494f Arb. 1942, in verband met een desbetreffend verzoek van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken, met ingang van 1 Juli 1943 een nieuwe regeling met betrekking tot het in margine vermelde onderwerp heb vastgesteld (Art. 19 A.V. Ambt., en art. 20 A.V. Werkl.).
Krachtens deze besluiten is het verrichten van betaalde nevenwerkzaamheden, ook van wetenschappelijken aard, door gemeentepersoneel, welks functie den normalen werktijd in beslag neemt in het algemeen verboden, waarbij betaalde werkzaamheden van de echtgenoote met betaalde nevenwerkzaamheden gelijkgesteld worden. Dispensatie van dit verbod zal door mij echter kunnen worden verleend, indien het algemeen belang of het dienstbelang er niet door wordt geschaad. Onder personeel, welks functie den normalen werktijd in beslag neemt, zullen worden verstaan degenen, die gemiddeld 6 uren per dag of langer in den gemeentedienst werkzaam zijn. Degenen onder het gemeentepersoneel, die tot dusverre nevenwerkzaamheden verrichtten, hetzij mèt hetzij zonder vergunning daartoe, een en ander krachtens de oude voorschriften, en die thans deze werkzaamheden wenschen voort te zetten, of zij, wier echtgenoten betaalde werkzaamheden verrichten, zullen een aanvraag om vergunning daartoe vóór 1 April a.s. door bemiddeling van de diensthoofden bij mij moeten indienen, bij welke aanvraag ik tevens gaarne Uw advies zal ontvangen.
Ik maak U er nog opmerkzaam op, dat sinds 1 Jan. 1943 deze bepalingen ook gelden voor personen, werkzaam op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht (zie art. 27 A.O.B.)
Ik verzoek U wel het vorenstaande ter kennis te brengen van Uw personeel.
[Stempel in paars: No. 43/2/2 M. 1943] De Burgemeester van Amsterdam,
Voûte
Aan Heeren Hoofden van Diensten, de Gemeentesecretaris,
Bedrijven en Administratiën. J. F. Franken
[Onderaan links:] Stadsdrukkerij Amsterdam 2715-1-43-150 [Rechtsonder handgeschreven: 43] De kern van deze circulaire is het verbod op betaalde nevenwerkzaamheden voor Amsterdamse gemeenteambtenaren die minimaal 6 uur per dag werken. Een opvallend en streng element in deze regeling is dat betaald werk van de echtgenote van de ambtenaar gelijkgesteld wordt aan nevenwerkzaamheid van de ambtenaar zelf. Dit betekent dat als een vrouw buitenshuis werkte, haar man (de ambtenaar) hiervoor expliciet toestemming moest vragen bij de burgemeester.
De toon van het document is bureaucratisch en dwingend. Er wordt verwezen naar hogere autoriteiten (de Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken) om de legitimiteit van het besluit te onderstrepen. Dit document is opgesteld in februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet door nazi-Duitsland. De ondertekenaar, burgemeester Edward Voûte, was een collaborateur die door de Duitse bezetter was aangesteld.
De regeling past binnen het beleid van de bezetter om de controle over de samenleving en het ambtenarenapparaat te vergroten. Het bemoeien met het inkomen van echtgenotes was bovendien in lijn met de nationaalsocialistische ideologie, waarin de vrouw primair in het gezin thuishoorde. Daarnaast diende het verbod om de schaarse werkgelegenheid te reguleren en te voorkomen dat ambtenaren te onafhankelijk werden van hun overheidssalaris. De deadline van 1 april 1943 voor het aanvragen van dispensatie dwong ambtenaren hun privéomstandigheden volledig bloot te leggen aan de (gecontroleerde) overheid.