Officieel uittreksel (extract) van een besluit van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel uittreksel (extract) van een besluit van Burgemeester en Wethouders. 1 januari 1943 (1-'43). III.te bepalen,dat met betaalde nevenwerkzaamheden,als bedoeld onder I,worden
gelijkgesteld betaalde werkzaamheden,verricht door de echtgenoote van den
ambtenaar;
IV.in te trekken het besluit van Burgemeester en Wethouders van 15 Juni 1923,
No.603 A.S.(A) betreffende het werken van gemeentepersoneel in vrijen tijd;
B. de hoofden der diensttakken uit te noodigen het vorenstaande ter kennis te
brengen van de onder A I.bedoelde ambtenaren.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Ge-
meentesecretarie (waarvan Arbeidszaken 15 stuks), het Bureau Gemeentesecretaris
het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.
Voor eensluidend extract
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
C.S.Stadhuis
A'dam,1-'43. Dit document betreft een administratieve wijziging in de rechtspositie van gemeenteambtenaren in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Uitbreiding van het begrip 'nevenwerkzaamheden': In punt III wordt bepaald dat betaald werk van de echtgenote voortaan gelijkgesteld wordt aan de nevenwerkzaamheden van de ambtenaar zelf. Dit betekent dat een ambtenaar verantwoording verschuldigd is over, of mogelijk toestemming nodig heeft voor, het inkomen van zijn partner.
- Intrekking oude regeling: Een besluit uit 1923 (punt IV) wordt ingetrokken, wat duidt op een verscherping of herziening van de regels omtrent werk in de 'vrije tijd'.
- Administratieve verspreiding: Het besluit wordt breed verspreid binnen de gemeentelijke organisatie, met een specifieke focus op de afdeling Arbeidszaken (15 exemplaren), wat het belang van deze nieuwe regel onderstreept.
- Ondertekening: Het extract is gewaarmerkt door de toenmalige gemeentesecretaris, J. F. Franken. De datum van het document, januari 1943, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Amsterdamse gemeentebestuur stond in deze periode onder leiding van de regeringscommissaris (burgemeester) Edward Voûte, die collaboreerde met de bezetter.
Dergelijke maatregelen, waarbij ook naar het inkomen en de werkzaamheden van de echtgenote werd gekeken, pasten in de ideologie en het economische beleid van de bezetter. Het was een instrument om meer controle uit te oefenen op de ambtenarij en mogelijk om dubbele inkomens aan te pakken in een tijd van schaarste en gecontroleerde arbeidsmarkt. Tevens diende het om de loyaliteit en volledige inzet van ambtenaren aan het (door de nazi's gecontroleerde) overheidsapparaat te waarborgen. De beperking van de handelingsvrijheid van ambtenaren en hun gezinnen nam in deze oorlogsjaren stelselmatig toe.