Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 29 maart 1943 De waarnemend Bedrijfschef der Centrale Markt (ondertekend door Steenbeek) Oorspronkelijk de Directeur van het Marktwezen, gewijzigd naar de Burgemeester van Amsterdam [Rechtsboven:]
Amsterdam, 29 Maart 1943.
[Geadresseerde, met doorhaling en handgeschreven toevoeging:]
[Handgeschreven:] Burgemeester van
Aan den Heer ~~Directeur van het Marktwezen,~~
te Amsterdam.
[In de linker kantlijn, handgeschreven met een accolade langs de eerste alinea:]
Zelfde
redactie
als
bij
de Vries
[Body tekst:]
Onder verwijzing naar de kennisgeving van den heer Burgemeester d.d. 3 Februari 1943 No. 4941. Arb. 1942, verzoek ik U hiermede voor mij vergunning te willen aanvragen, waarbij blijft toegestaan dat door mijn vrouw betaalde werkzaamheden worden verricht.
Zooals U bekend is, is mijn vrouw momenteel nog dagelijks drie uur werkzaam als onderwijzeres in de lichamelijke oefening aan Openbare lagere scholen in de Gemeente Amsterdam. (Inspecteur Dr. K.H. van Schagen.)
De wnd. Bedrijfschef der Centrale Markt,
[Handgeschreven handtekening:]
Steenbeek. Het document is een formeel ambtelijk schrijven uit de periode van de Duitse bezetting. De waarnemend bedrijfschef van de Centrale Markt in Amsterdam dient een verzoek in bij de burgemeester. Het doel van de brief is het verkrijgen van een officiële vergunning zodat zijn echtgenote haar werk als vakleerkracht lichamelijke opvoeding kan blijven uitoefenen.
De tekst is zakelijk en refereert direct aan een specifiek besluit of kennisgeving van de burgemeester van februari 1943. De handgeschreven correctie in de adressering duidt erop dat dergelijke verzoeken direct aan het hoogste gemeentelijke gezag (de burgemeester) gericht moesten worden, in plaats van aan de directe superieur van de afzender. De kanttekening "Zelfde redactie als bij de Vries" suggereert dat dit een standaardprocedure was en dat er voor een andere ambtenaar (De Vries) een gelijkluidend besluit was genomen. Deze brief moet worden begrepen tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog en de toenmalige regelgeving voor ambtenaren in Amsterdam. Tijdens de bezetting werden de regels omtrent "buitenhuisarbeid" van gehuwde vrouwen wier mannen in overheidsdienst waren, aangescherpt. Dit had deels te maken met het nationaalsocialistische ideaalbeeld van de vrouw in het gezin, maar ook met de totale controle op de arbeidsmarkt door de bezetter en het collaborerende bestuur.
De genoemde "Inspecteur Dr. K.H. van Schagen" was een bekende figuur in de Amsterdamse onderwijswereld; hij was inspecteur voor de lichamelijke opvoeding. De Centrale Markt was in die tijd een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad, wat de functie van de afzender (bedrijfschef) een positie van enig gewicht gaf binnen het gemeentelijk apparaat. Het feit dat dergelijke triviale zaken (drie uur gymles per dag door een echtgenote) op dit niveau schriftelijk vastgelegd moesten worden, illustreert de verregaande bureaucratisering en controle tijdens de oorlogsjaren.